BouwBelang: Platform voor bouw en infra van AFNL

Bemiddeling door IAS verzacht het psychisch lijden van asbestslachtoffers

27-01-2026
door Redactie
GAzet

Als er asbestkanker wordt geconstateerd, is de kans groot dat het slachtoffer hier uiteindelijk aan zal overlijden. Erkenning van de oorzaak van de ziekte en een snelle afhandeling van de juridische kant ervaren slachtoffers als troost. Dat leert de bemiddelingspraktijk van Emiel Rolink.

Tekst: Arie Grevers – Fotografie: portretfoto Michel ter Wolbeek

Emiel Rolink is directeur van het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) en van het Instituut Slachtoffers Beroepsziekten door Gevaarlijke Stoffen. Hij is onlangs op bezoek geweest in Veenendaal bij de Aannemersfederatie. Waarom was hij daar?
“In de eerste plaats om meer bekendheid te geven aan ons werk. Het IAS bemiddelt tussen slachtoffers van asbestziekten en de bedrijven waarvoor ze in het verleden hebben gewerkt. Verder willen we bijdragen aan meer bewustwording rond werken met gevaarlijke stoffen. We merken dat bedrijven op dit vlak de afgelopen decennia al flinke stappen hebben gezet. We willen dat de geleerde lessen van asbest worden toegepast in de omgang met gevaarlijke stoffen. Bij asbest is dat niet goed gegaan. We hebben als samenleving veel te lang weggekeken. Al in de jaren dertig van de vorige eeuw zijn gezondheidsproblemen met asbest gesignaleerd. Rond 1969 kon eigenlijk niemand meer om het feit heen, dat werken met asbest kan leiden tot levensbedreigende ziekten. Toch duurde het nog tot 1993 voordat er een verbod kwam op de verwerking van asbest. In 1998 is het convenant getekend waarbij de slachtofferorganisaties, vakbonden en werkgeversorganisaties, verzekeraars en nationale en lokale overheden hebben afgesproken de juridische lijdensweg van asbestslachtoffers te verkorten door de oprichting van het instituut. In 2022 is er nog een aanvulling gekomen op het convenant. Er zal vanaf dat jaar geen beroep meer gedaan worden op de verjaringstermijn van dertig jaar zoals omschreven in het Burgerlijk Wetboek.”

“Voor zowel werkgever als ex-werknemer is ziekte door asbest pijnlijk. We kunnen helaas niet teruggaan in de tijd en de situatie veranderen. Wel kunnen we door bemiddeling samen proberen verder leed te voorkomen.”

“Voor zowel werkgever als ex-werknemer is ziekte door asbest pijnlijk. We kunnen helaas niet teruggaan in de tijd en de situatie veranderen. Wel kunnen we door bemiddeling samen proberen verder leed te voorkomen.”

Bemiddelingstraject zorgvuldig en snel

Hoe komt een bemiddelingsproces op gang? 

“De huisarts verwijst een patiënt met klachten naar een longarts of andere medisch specialist. Als deze constateert dat de klachten voortkomen uit een asbestziekte, dan wijst de longarts op de mogelijkheden voor patiënten die ziek zijn geworden door asbest of gevaarlijke stoffen om zich te melden bij het IAS of ISBG. Zeker 85 procent van de mensen meldt zich bij ons aan.”

Als eerste stelt IAS vast of het daadwerkelijk om asbestgerelateerde kanker (mesothelioom) of asbestose gaat. “Dan volgt een uitvoerig gesprek met het slachtoffer. Wat was de loopbaan, welk werk is er verricht en wie waren de werkgevers? Maar het is niet gezegd dat de noodlottige asbestvezels op het werk zijn ingeademd. Daarom wordt ook de geschiedenis van het leven buiten het werk onder de loep genomen. Wat zijn de hobby’s? Welke activiteiten zijn er verricht? Wat zijn de gewoonten? Waar heeft men gewoond? Er is bijvoorbeeld asbest toegepast in erfverhardingen bij boerderijen. Ook in fietspaden werd het materiaal destijds verwerkt. Verder bevragen we oud-collega’s om te achterhalen of zij de asbestblootstelling kunnen bevestigen.”

Schadevergoeding

Als de oorzaak van de ziekte niet werkgerelateerd is, reikt IAS het dossier verder aan het Sociale Verzekeringsbank (SVB) met het advies het slachtoffer een eenmalige TNS-uitkering (Tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van Asbest) toe te kennen. De SVB neemt uiteindelijk het besluit en verzorgt de uitbetaling. De hoogte van de uitkering bedraagt 25.000 euro.

Ook als de oorzaak wel werkgerelateerd is, heeft het slachtoffer recht op dat bedrag in de vorm van een voorschot. Mocht er uiteindelijk een schadevergoeding komen na bemiddeling met de werkgever of de verzekeraar, dan volgt verrekening van het uitgekeerde voorschot.

“Ja, want dat is de laatste stap: we gaan op zoek naar de gerede werkgever, dat is de werkgever bij wie het meest aannemelijk is dat de asbestblootstelling daar heeft plaatsgevonden. Tussen deze werkgever en het asbestslachtoffer bemiddelt het IAS voor een schadevergoeding. Doorgaans zijn werkgevers bereid er op een goede manier uit te komen. Bij asbestkanker bedraagt de schadevergoeding 80.000 euro. Bij asbestose liggen de bedragen lager, afhankelijk van de mate waarin de longen zijn aangetast. Als de werkgever destijds verzekerd was, dan betaalt de verzekeraar dat bedrag.”

Faillissement dreigt

Dat is nogal een bedrag voor een mkb’er met hooguit tien werknemers. Stel dat er twee of drie ex-werknemers bij hem aankloppen voor een schadevergoeding, dan dreigt al snel een faillissement. Dat zou toch erg zuur zijn voor een bedrijf waar inmiddels waarschijnlijk een volgende generatie aan het roer staat. Wordt daar rekening mee gehouden?

“Vooropgesteld dat bij mijn weten zoiets nog nooit is voorgekomen dat er twee tot drie van de tien werknemers de ziekte hebben opgelopen. Maar laat ik er dit over zeggen: de schadevergoedingen zijn met veel zorg en in overleg met de convenantpartijen bepaald. En dat is dus wel wat het is. De ervaring leert overigens dat bedrijven er ook graag uit willen komen. Er heerst over het algemeen wel begrip voor de ernst van de situatie en men wil graag iets kunnen betekenen voor een oud-werknemer die vaak zijn arbeidsleven lang een loyale werknemer geweest is. ”

Ooit een toegestaan bouwmateriaal

Maar bouwondernemers zullen toch destijds gedacht hebben dat ze een toegestaan bouwmateriaal hebben verwerkt in brandwerende constructies, op daken van stallen en bij het aanbrengen van een gespoten isolatielaag. Met andere woorden: wat hebben ze fout gedaan en is het hun wel aan te rekenen?

“De schadelijke gevolgen waren al veel langer bekend en als je bijvoorbeeld in 1985 nog volop met asbest en zonder beschermingsmiddelen aan de slag ging, dan draag je wel degelijk verantwoordelijkheid.”

Meerdere werkgevers

Wat gebeurt er als een werknemer bij meerdere aannemers heeft gewerkt en bij elk van hen het risico op een asbestvezelbesmetting heeft gelopen?

“In dat geval gebeurt het vaak dat de gerede aannemer contact opneemt met de overige aannemers en dat ze er dan samen in onderling overleg proberen uit te komen door elk een deel van de schadevergoeding op zich te nemen. Dit vanuit het besef, dat het in alle gevallen om een ziekte gaat die exclusief aan het werken met asbest is toe te schrijven en – zeker bij asbestkanker – binnen enkele jaren leidt tot de dood.”

Schrijnende gevallen

De dossiers van IAS puilen uit van de schrijnende gevallen.

“Dan gaat het over mensen die asbestvezels hebben ingeademd doordat hun vader, die bij een asbestverwerkend of –producerend bedrijf werkte, hun een knuffel gaf als hij thuiskwam van zijn werk.”

Enkele van die slachtoffers is opgenomen in een brochure van het IAS. Een vrouw kreeg op zestienjarige leeftijd in 1956 een kantoorbaan bij een fabriek voor isolatiemateriaal. Op de asbestafdeling mocht ze niet komen. Maar personeelsleden uit de fabriek kwamen wel op kantoor. Ze heeft er drie jaar gewerkt en vindt het verbijsterend dat ze in 2015 na zestig jaar op deze wijze geconfronteerd werd met haar arbeidsverleden. Het bedrijf was verzekerd en de verzekeraar heeft na bemiddeling van IAS keurig uitgekeerd ook al was er sprake van verjaring. De verjaringsregel is in 2022 komen te vervallen.

Investeren in veilig en gezond werken

Een ander voorbeeld: een ex-werknemer van een aannemer kreeg asbestkanker en dat kon alleen maar via zijn werk zijn gekomen. “We hebben een heel constructief gesprek gehad met de werkgever. Hij erkende dat er met asbest gewerkt was. En dat is vaak al heel belangrijk voor het slachtoffer. In het onderhavige geval was de aannemer verzekerd. Dus hij hoefde zelf niet op te draaien voor de kosten. Ook de aannemer heeft bemiddeling en de snelle afhandeling zeer gewaardeerd. Hij wilde wel meewerken aan een testimonial voor onze brochure, maar alleen als dat anoniem zou kunnen. Dat zie je bij meerdere werkgevers. Ze zijn bang dat hun bedrijf in een negatief daglicht komt te staan en dat jonge mensen dan afhaken. Terwijl er in de bouwsector de afgelopen decennia juist veel geïnvesteerd is in veilig en gezond werken. Verhalen over asbest van veertig jaar geleden zou afbreuk kunnen doen aan het zorgvuldig opgebouwde en nog altijd fragiele imago.”

Wat doet het IAS?

Het IAS:

  • adviseert de Sociale Verzekeringsbank (SVB) over het recht op een financiële tegemoetkoming voor asbestslachtoffers met de ziekte mesothelioom (abestkanker) of asbestose;
  • bemiddelt tussen (ex-)werknemers met mesothelioom of asbestose en (ex)werkgevers of hun verzekeraars over het betalen van een schadevergoeding;
  • geeft voorlichting op het gebied van asbestschade aan slachtoffers, werkgevers, verzekeraars en intermediaire organisaties;
  • doet onderzoek op medisch en juridisch gebied.

Wat is de omvang van het probleem?

Er is becijferd dat ongeveer een half miljoen mensen regelmatig met asbest in aanraking zijn geweest. Sinds 2000 hebben zich 13.500 mensen aangemeld bij het IAS. Ruim 9.500 hebben een tegemoetkoming van 25.000 euro van de SVB ontvangen en ruim 3.500 hebben via bemiddeling van het IAS een schadevergoedingen gekregen van vroegere werkgever of verzekeraar.

Nog altijd melden zich jaarlijks 600 mensen. Anders dan in de Scandinavische landen is er nog geen sprake van afvlakking. In Noorwegen komen nauwelijks nog nieuwe meldingen voor. Dat komt doordat in deze Noord-Europese landen al vijftien jaar eerder dan in Nederland een algemeen verbod op toepassing van asbest gold. Als ook in Nederland al eind jaren zeventig een verbod gegolden zou hebben, waren er naar schatting 1.500 minder slachtoffers geweest. Dàt er pas in 1993 een verbod kwam is met name terug te voeren op het werkgelegenheidsargument. Daar kan lering uit getrokken worden.

TSB-regeling

De TSB-regeling (Tegemoetkoming Stoffengerelateerde Beroepsziekten) is er sinds 2023 voor mensen die ziek zijn geworden door blootstelling aan gevaarlijke stoffen op het werk. Mensen die voldoen aan de voorwaarden ontvangen een geldbedrag van ruim 25.000 euro.

De regeling geldt nu voor mensen met een diagnose van:

  • Allergisch beroepsastma
  • CSE (schildersziekte)
  • Longkanker door asbest/silica
  • Neus(bijholte)kanker door houtstof
  • Silicose

De tegemoetkoming betekent een erkenning voor het verlies van gezonde levensjaren. In de komende jaren worden meer ziektes toegevoegd die zijn ontstaan door het werken met gevaarlijke stoffen. Om in aanmerking te komen voor de TSB-regeling moet de relatie worden gelegd tussen een ziekte en het werk.

Anders dan bij mesothelioom en asbestose vindt er bij de TSB-regeling geen bemiddeling met werkgevers plaats voor een schadevergoeding. Het bedrag van 25.000 euro wordt door de Sociale Verzekeringsbank betaald. Meer informatie staat op www.tsb-regeling.nl