BouwBelang: Platform voor bouw en infra van AFNL

Brede steun voor Bouwplaats-ID

25-09-2025
door Redactie
GAzet

Niet eerder was de steun voor de verplichte invoering van de Bouwplaats-ID vanuit werkgeversorganisaties en vakbonden zo groot. Het is daarom nu aan de politiek om door te pakken, hoorden we tijdens een bijeenkomst van FNV en Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra (AFNL).

Bouwvakker scant toegangspas bij tourniquet als voorbeeld van Bouwplaats-ID in praktijk

Volgens de vakbonden en werkgevers, waaronder ook het CNV en Bouwend Nederland, is de Bouwplaats-ID een voorwaarde voor een gelijk speelveld in de bouwsector. Daarvoor is echter wel een juridisch raamwerk nodig waarin de Bouwplaats-ID verplicht wordt voor de hele sector. “Eerlijk en veilig werken op de bouwplaats begint bij weten wie aanwezig is”, benadrukte FNV-voorzitter Dick Koerselman aan het begin van de bijeenkomst in Nieuwspoort. Daarom werd in 2015 de Bouwplaats-ID al opgenomen in de cao, maar is deze nooit concreet geïmplementeerd.

Het aandeel zzp’ers op de bouwplaatsen overtreft dat van de cao-werknemers. “Mkb-bouwbedrijven werken tegenwoordig in lange ketens van onderaanneming waarin verhouding onduidelijk zijn. Dit leidt tot oneerlijke omstandigheden voor deze aannemers. Bouwplaatsen waar meer dan 50 nationaliteiten aanwezig zijn, vormen geen uitzondering. Daarom is de invoering van de Bouwplaats-ID ook essentieel. Er is behoefte aan transparantie.”

Einde aan nattevingerwerk

Woorden die vakbondsbestuurder Hans Crombeen en beleidsmedewerker David van Swol van AFNL onderschreven. Van Swol benadrukte dat transparantie begint bij het verzamelen van data. Dat kan eenvoudig via de Bouwplaats-ID. Crombeen vulde aan: “Gevraagd naar het aantal actieve zzp’ers in de bouwsector noemen verschillende organisaties, waaronder het CBS en EIB andere aantallen. Alleen dat geeft wel aan hoe nodig de invoering van de Bouwplaats-ID is. Het maakt een einde aan het nattevingerwerk en schatten van aantallen.”

Andere belangrijke redenen voor het FNV en AFNL zijn het aanpakken van schijnzelfstandigheid en het zichtbaar maken van de nu onzichtbare medewerkers op de bouw. “Bovendien biedt het de mogelijkheid om te controleren op certificaten en andere opleidingen zoals het Hijsbewijs.” Redenen die in 2011 voor de Aannemersfederatie al aanleiding waren om de eerste stappen richting een soortgelijke bouwplaats identificatie te zetten.

Hoger plan

De invoering van de Bouwplaats-ID tilt de sector volgens Crombeen naar een hoger plan. “Het brengt een sectorbrede standaard die zorgt voor datagedreven inzicht vanuit een gedigitaliseerd fundament. Werkgevers en vakbonden onderschrijven het belang en willen stappen zetten. Het is nu aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de politiek om thuis te geven en de sector te ondersteunen in onze ambities. Voor een verhoogde veiligheid en eerlijke positie moeten we helder hebben wie er allemaal aanwezig zijn op een bouwplaats. Door de Bouwplaats-ID in te voeren, krijgen we dat inzicht.”

‘Leer van anderen’

Op uitnodiging van de FNV en AFNL waren Tom Deleu, algemeen secretaris van de Europese Federatie Bouw en Hout (EFBH) en Domenico Campogrande van de European Construction Industry Federation (FIEC) aanwezig. Zij gaven een toelichting op het Europese SIDE CIS-onderzoek van sociale partners naar het gebruik van social ID-cards in de Europese bouwsector. Hun belangrijkste aanbeveling: er zijn verspreid over Europa veel initiatieven op dit gebied. Kijk daar goed naar en leer ervan.

Voor het onderzoek zijn negentien social ID-cards in zeventien landen onderzocht. Gekeken werd in hoeverre en op welke manier die kaarten zorgen voor meer transparantie en meer veiligheid op de bouwplaats. “Wie heeft toegang tot de bouwplaats en welke relevante certificaten bezit de pashouder”, zei Campogrande.

Verplicht of vrijwillig

De analyse leerde dat in sommige landen het systeem vanaf de start verplicht werd door overheden, opdrachtgever of de sector zelf, en andere op vrijwillige basis werden gelanceerd. “Daarbij hebben we ook voorbeelden gezien van systemen die vrijwillig begonnen, maar na enige tijd toch verplicht werden gesteld”, lichtte Deleu toe.

Essentieel voor het succes is de politieke wil en het juridisch kader, zo blijkt ook in Europa.

Hoewel het belangrijk is om de overheden aan boord te hebben, moeten de initiatieven niet ‘gekaapt’ worden. Campogrande: “Het moet in handen van de sociale partners blijven, zij moeten bepalen welke data nodig zijn en hoe deze geregistreerd worden. Governance is hierin heel belangrijk.”

Gegevens op ID

Ook de gegevens die op de fysieke ID-cards staat, verschilt per land. “Dat varieert van de naam en pasfoto van de kaarthouder tot alleen een QR-code, het is technisch allemaal mogelijk.” Ook als het gaat om de AVG-richtlijnen zijn er voldoende mogelijkheden om de gegevens van de kaarthouder zorgvuldig te beschermen. “Zolang een werknemer maar weet wie op welk moment de data kan raadplegen, is zo’n registratiesysteem wettelijk toegestaan.”

Ondanks deze verschillen toont het onderzoek volgens Deleu en Campogrande aan dat de invoering van een systeem als de Bouwplaats ID haalbaar en zinvol is.

Actieve lobby

Nu vakbonden en werkgeversorganisaties op een lijn zitten, is het dus aan de politiek. De SP en PvdA hebben eerder twee moties ingediend om een pilot voor een bouwplaats-ID te starten. Tot op heden heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid daar niet op gereageerd. Volgens Bastiaan Meijer, vierde op de kandidatenlijst van de SP is het daarom tijd om zelf het initiatief te nemen. Samen met Mariëtte Patijn, kamerlid voor Groenlinks-PvdA was Meijer aanwezig in Den Haag. “Wat we wel nodig hebben van de bouwsector is wat voor een wetgeving er nu precies nodig is om de bouwplaats-ID te realiseren. Met moties alleen komen we er niet.” Beide politici roepen de sector dan ook op actief te gaan lobbyen.

Betrouwbare overheid

Op de vraag wat de sector nodig heeft, was het antwoord van AFNL-voorzitter Riek Siertsema stellig. “Een betrouwbare en constante overheid op basis waarvan mkb-ondernemers weer durven te investeren en meer medewerkers in dienst nemen.” George Raessens, vicevoorzitter van Bouwend Nederland vulde aan: “Kijk naar de omstandigheden die dat nu tegenhouden. Loondoorbetaling in het tweede ziektejaar bijvoorbeeld. Maar zo’n Bouwplaats-ID moet ook verplicht worden, anders werkt het niet.”

Volgens Crombeen ontbreekt het vooral aan wetgeving. “Zolang die er niet is, kan er niet worden gehandhaafd. We moeten een systeem opzetten, zodat instellingen die wél kunnen handhaven, waaronder ook de Arbeidsinspectie en Belastingdienst die bevoegdheid krijgen.”

Bijeenkomst van vakbonden en werkgeversorganisaties over de invoering van de Bouwplaats-ID

Foto: Kees Stuip

Klein beginnen

Tijdens een afsluitende paneldiscussie werden de belangrijkste hobbels besproken die genomen moeten worden om de Bouwplaats-ID in te voeren. De sociale partners waren het over één ding eens: alleen al om inzicht te krijgen in de vraag wie op welke bouwplaats aan het werk is, is invoering noodzakelijk. Mede daarom is het ook belangrijk om klein te beginnen. Crombeen: “Registreren is een eerste stap. Nu weten we niet eens wie waar is geweest en dat kan later voor bijvoorbeeld pensioenfondsen grote gevolgen hebben.”

Vanuit de zaal kwam het aanbod om bij bestaande Nederlandse registratiesystemen, zoals de Bouwpas, te komen kijken. De sociale partners maakten duidelijk dat deze systemen wat hun betreft allemaal onderdeel kunnen worden van de Bouwplaats-ID. “We maken graag gebruik van alles wat er al op dit gebied is, maar het belangrijkste is dat we gezamenlijk van start gaan”, zo reageerde Siertsema.