Grondbanken nog steviger verankerd bij Cumela
Vakgroep Bodembewust gaat verder onder de vlag van Cumela en wordt onderdeel van de Cumela-sectie Grondverzet en Cultuurtechniek. Daarmee versterkt deze lid-organisatie van de Aannemersfederatie Nederland de inzet voor grondbanken en hoogwaardig hergebruik van grond en bagger.

Cumela zet zich al enkele jaren intensief in voor de belangen van grondbanken en voor hoogwaardig hergebruik van grond en bagger. Daarbij werkt de organisatie nauw samen met Vakgroep Bodembewust. Deze vakgroep ontstond na het stoppen van de Brancheorganisatie voor Grondbanken (BOG) in 2022. Op 25 september 2026 is tijdens een bijeenkomst in Nijkerk de Vakgroep Bodembewust onderdeel geworden van de Cumela-sectie Grondverzet en Cultuurtechniek.
Uitdagingen
Landelijk komen er steeds meer uitdagingen op Nederland af rondom duurzaam hergebruik van grond, baggerspecie en bouwstoffen. Gerben Zijlstra, namens Cumela vertegenwoordigd in de nieuwe vakgroep, over de huidige situatie: “De wet- en regelgeving komt steeds verder van de praktijk af te staan. Hierdoor neemt de uitvoerbaarheid van hergebruik aanzienlijk af. Dit heeft als gevolg dat het algemene imago van hergebruik verslechtert en landelijke doelstellingen aangaande duurzaamheid en circulariteit niet kunnen worden gerealiseerd.”
Wat ook niet helpt zijn een aantal projecten de afgelopen jaren waarbij er problemen zijn opgetreden met toegepast hergebruiksmateriaal, zoals staalslakken, thermisch gereinigde grond en granuliet. Gerben: “Deze casussen schetsen een negatief beeld van de hele markt, terwijl enorm veel projecten ook juist heel goed gaan. Daardoor zien wij veel terughoudendheid vanuit lokale overheden om hergebruik van grond en bagger in welke vorm dan ook mogelijk te maken. Door deze beeldvorming is onze ervaring dat nu snel gekozen wordt voor de veilige weg door primair gewonnen materiaal te gebruiken in plaats van circulair hergebruik toe te passen. Dan worden echter de gevolgen en risico’s om niet voor hergebruik te kiezen niet afgewogen.”
Problematiek
Volgens Gerben leidt de complexe regelgeving tot kennisgebrek bij zowel ondernemers als toezichthouders en bevoegde gezagen: “Indien je meer dan 25 m3 ontgraaft, ben je wettelijk verplicht dit minstens zeven kalenderdagen voor aanvang bij het bevoegd gezag te melden. In de praktijk zien we slechts circa 10.000 meldingen per jaar tegenover ongeveer één miljoen KLIC-meldingen! Uiteraard zullen er binnen grotere projecten meerdere KLIC-meldingen zijn, maar de discrepantie is zo groot dat we mogen aannemen dat veel meldingsplichtige graafwerkzaamheden niet worden gemeld. Oorzaak is hoogst waarschijnlijk gebrek aan kennis of het willen ontwijken van complexe procedures.”
Voorbeeld is volgens Gerben grond met kwaliteitsklasse Wonen of Industrie: “Die is prima toepasbaar als wegfundatie, in plaats van schoon zand. Dat vermindert de afhankelijkheid van zandwinning. Lokaal hergebruik is verder economisch en ecologisch het meest voordelig; transport van grond is kostbaar. Denk ook aan grote projecten, zoals Ruimte voor de Rivier, waar veel schone grond is vrijgekomen. Maar voor dijkverzwaringen is juist veel nieuwe, schone grond nodig, mits deze geschikt is voor de functie van dijken. Door dit soort projecten af te stemmen kun je veel kosten besparen.”
Meer weten? Klik hier.