BouwBelang: Platform voor bouw en infra van AFNL

“Voor iedere maar is een antwoord”

07-05-2026
door Redactie
Circulariteit

De bouwopgave in ons land is al jaren enorm groot met als logisch gevolg dat de focus vooral op bouwen, bouwen en nog eens bouwen ligt. Jan Willem van de Groep, programmaregisseur van Building Balance waarschuwt dat die focus kan zorgen voor een blinde vlek.

Tekst: Geert Hilferink Beeld: Kees Stuip

Woonwijk met biobased woningen en zonnepanelen op de daken

Building Balance voert samen met de ministeries van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), Klimaat en Groene Groei (KGG) en Infrastructuur & Waterstaat (I&W) de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) uit. Het doel van deze aanpak is het gebruik van biogrondstoffen in de bouw versneld opschalen zodat er minder minerale grondstoffen gebruik worden en de CO2-footprint van bouwen wordt verkleind.

Regionale ketens

“We hebben de afgelopen jaren gewerkt aan regionale ketens waarin we agrariërs helpen met de overstap naar vezelteelt en deze boeren koppelen aan de regionale en landelijke vezelverwerkende industrie. Zo zijn in die regio’s ecosystemen ontstaan voor het deels produceren, maar vooral toepassen van biobased bouwmaterialen. Elke regio heeft zijn eigen dynamiek, daarom is regionale ondersteuning van die ketenaanpak ook een belangrijke voorwaarde voor succes geweest.”

Inmiddels zijn in bijna alle provincies regioketens actief. “De wil om biobased bouwen te stimuleren is bij de overheden steeds meer aanwezig. Zij onderkennen de positieve effecten van het gebruik van natuurlijke materialen en de prestaties daarvan. Ook het regionale karakter met oplossingen voor de problematiek in de agrarische sector speelt daarin een stimulerende rol.”

Portret van Jan Willem van de Groep bij duurzaam woningbouwproject

Jan Willem van de Groep, programmaregisseur Building Balance

 

Mythes rond biobased ontkrachten

Als het gaat over de prestaties van de biogrondstoffen, heeft Building Balance volgens Van de Groep wel wat mythes moeten ontkrachten. “We hebben op landelijk niveau veel geïnvesteerd in onderzoeken en testen, bijvoorbeeld om aan te tonen dat biobased isolatiematerialen voldoen aan de eisen op het gebied van brandveiligheid. Dat geldt ook voor de energetische prestaties van het isolatiemateriaal. Daarnaast hebben we ook BRL’s gemaakt om de toepassing zo laagdrempelig mogelijk te maken voor marktpartijen.”

Door de opgedane kennis en certificeringen toegankelijk te maken voor alle ondernemers die actief zijn met biogrondstoffen, kunnen er verspreid over het land sneller resultaten worden geboekt. “Zo hebben we ook aangetoond dat veronderstellingen over veroudering van biobased-isolatie niet klopten door uit oude bestaande gebouwen materiaal te testen. Die bleken nog prima isolerende eigenschappen te hebben.”

Monteur werkt aan houten gevelbekleding van biobased woningbouwproject

Andere werkwijze

Behalve bij overheden, merkt Van de Groep ook bij aannemers en projectontwikkelaars steeds meer ‘eagerness’ om met biogrondstoffen te werken. Reden voor Building Balance om verschillende opleidingen en trainingen te ontwikkelen, want het bouwen met biobased materialen vraagt een andere aanpak dan bouwen met traditionele materialen.

“Houtbouw en gebruik van vezelmaterialen is echt een andere manier van bouwen dus een aannemer die gewend is om kalzandsteenblokken toe te passen, kan niet zomaar overstappen op houtbouw. Die aannemer heeft behoefte aan nieuwe kennis om efficiënt en veilig met houtbouw aan de slag te gaan.”

Daarvoor zijn trainingsprogramma’s gemaakt voor aannemers, gemeenten en projectontwikkelaars. “Die trainingen worden door ons aangeboden binnen de regioketens, maar we gaan er vanuit dat ze worden overgenomen binnen het reguliere onderwijsaanbod van kennisinstellingen en brancheorganisaties. Zij moeten het uiteindelijk implementeren in reguliere programma’s. Wij hebben als tijdelijke organisatie de opdracht om deze opleidingen te ontwikkelen en op te starten. Zo hebben we ook content gemaakt voor MBO, HBO en Leven Lang Opleiden-trajecten. Daar is veel vraag naar.”

“Houtbouw en gebruik van vezelmaterialen is echt een andere manier van bouwen”

Van land naar pand

Verspreid over het land zijn in verschillende regio’s al succesvolle ketens ‘van land naar pand’ ontwikkeld. Vooral stro is een biogrondstof die zich in de regio goed laat verwerken in bouwmateriaal. “Je kunt met relatief kleine fabrieken stro verwerken tot biobased bouwmaterialen. Voor hennep, vlas of miscanthus heb je grotere verwerkingslocaties nodig, dus de verwerking daarvan vraagt meer volume vanuit meerdere regio’s.”

In de omgeving waar al fabrieken staan ziet Van de Groep dat agrariërs enthousiaster zijn dan in de gebieden waar die nog ontbreken. De Vezelvallei in de regio Deventer is zo’n plek waar men nadenkt over verwerkersfaciliteiten. “Hier geven de gewassen nog geen goede opbrengst omdat transportkosten en inefficiënties door gebrek aan ervaring de teeltkosten te hoog maken. Er is in Nederland plek voor een aantal fabrieken die voornamelijk biobased isolatiemateriaal en plaatmateriaal gaan produceren. Een paar hebben flinke investeringsplannen klaarliggen. Investeringsondersteuningen vanuit de overheid is daarbij essentieel.”

Aanbod voor nichemarkten

Met de grote producenten van houten plaatmaterialen ga je niet concurreren. Die gebruiken al veel biobased materiaal in de vorm van hout en in toenemende mate ook hergebruikt hout. Van de Groep: “De biobased producten uit agrogrondstoffen zitten meer in de wat grotere nichemarkten. Deuren, scheidingswanden en plaatmaterialen met specifieke eigenschappen voor de prefabindustrie. Met behulp van vraagactivatie zoeken we commitment voor de toepassing van biogrondstoffen. Zo zijn er een flink aantal corporaties die daken van woningen met stro en vlas verduurzamen. Ook gemeenten doen mee door partijen uit te dagen binnen hun tenders en aanbestedingen. Beiden werken ook graag samen met regionale partners dus daar liggen zeker kansen.”

De vrijheid die gemeenten bieden in tenders, waarin ze de markt uitdagen om met eigen uitwerkingsvoorstellen te komen, ziet Van de Groep ook als enorme kans. “Zeker als mkb-aannemers meer conceptmatig gaan denken en met en van elkaar willen leren. Dat zijn projecten waarin je ook heel goed ervaring kunt opdoen met de verwerking van biobased bouwmaterialen. En daarmee een begin maakt met het bouwen volgens de normen die over een paar jaar gangbaar zijn.”

Voorbereiden op toekomst

Het opdoen van die ervaring is volgens Van de Groep belangrijk voor aannemers. “Niemand verwacht dat je van het ene op het andere moment overstapt van traditioneel naar biobased bouwen, maar de sector moet er wel serieus over nadenken. De normering, inclusief de aanscherpingen daarvan in de komende jaren, ligt voor. Wij zijn er om te helpen die slag te maken, want voor iedere maar is een antwoord. Van de opleidingen die nodig zijn tot de (regionale) leveranciers van de biobased gecertificeerde producten.”

Belangenorganisaties zoals AFNL hebben hierin ook een rol, zegt Van de Groep. “In eerste aanleg door hun achterban te informeren en voor te bereiden op de transitie. Maar ook het stimuleren van het bouwen met biobased materiaal is belangrijk. Met de boodschap ‘als ik nu investeer, ben ik de norm van morgen’ kunnen zij bijdragen aan een toekomstbestendige sector.”

Nieuwbouwproject met biobased woningen in aanbouw

Opschalen naar normalisatie

Een belangrijke vervolgstap voor de ontwikkeling van biobased bouwen is het opschalen en normaliseren. “We gaan uiteindelijk toe naar CO2-sturing op gebouwen. Daarvoor is de EPBD, de Europese richtlijn om de energieprestatie van gebouwen te verbeteren, in 2024 herzien. De klimaatimpact van gebouwen wordt hierin niet langer beperkt tot het energiegebruik in de gebruiksfase, maar wordt beoordeeld over de hele levenscyclus. Ook de energie die nodig is tijdens de productie van de bouwmaterialen telt dus mee”, zegt Van de Groep.

“Willen we de circulaire en klimaatdoelen halen dan heb je biogrondstoffen hard nodig”

Daarvoor is de WLC-GWP (whole life cycle – global warming potential, red.) geïntroduceerd. “Hierin worden de productfase, de gebruiksfase en de end-of-life-fase apart beoordeeld op hun aandeel in de prestatie van een gebouw. Een bewuste keuze omdat je dan per fase de winst of schade kunt onderscheiden. Er zijn voorstellen om deze fasen samen te brengen in één totaalscore. Dat kan helpen bij vergelijkbaarheid, maar vraagt zorgvuldigheid. Wanneer verschillen tussen productiefase en gebruiksfase minder zichtbaar worden, bestaat het risico dat bepaalde klimaatvoordelen of -nadelen onvoldoende tot hun recht komen. Het is daarom belangrijk dat de uiteindelijke bepalingsmethode recht doet aan de feitelijke koolstofstromen en transparant blijft over waar de impact daadwerkelijk plaatsvindt. Een biogrondstof als hout scoort in alle fases goed omdat het CO2 opneemt, maar de methode kan ook op een manier gemaakt worden waardoor dit voordeel in één klap wegvalt. Dat is winst voor CO2-intensieve materialen. Het is daarom belangrijk om een bepalingsmethode voor die norm te hebben die recht doet aan de dubbele winst die je met behulp van biobased bouwmaterialen kunt behalen: opslag van CO2 en de verdringing van CO2-intensieve materialen.”

Samen met nieuw kabinet

Hoewel de Nationale Aanpak Biobased Bouwen gefinancierd wordt vanuit het Klimaatfonds van het ministerie van KGG, en daarmee niet direct afhankelijk is van politieke grillen, ziet Van de Groep veel kansen in het verder samenwerken met het nieuwe kabinet. “Met minister Van Essen van LVVN, die als wethouder de drijvende kracht was achter de Vezelvallei en minister Van Veldhoven van KGG die circulariteit hoog in het vaandel heeft, ben ik optimistisch gestemd. Dat mag ook wel, want willen we de circulaire doelen en klimaatdoelen halen dan heb je biogrondstoffen heel hard nodig.”

www.buildingbalance.eu