Een tweede leven voor PIR- en PUR-platen
Met een pilot onderzoekt het Drentse Veras-lid de Bork Groep de kansen voor hergebruik van PIR- en PUR-platen. Inzet: opschalen voor de zakelijke markt, compleet met certificeringen en een groothandel als tussenpartij.
Tekst: Hans Fuchs – Foto’s: Kees Stuip

Koen Rooseboom
Het Drentse dorp Stuifzand (gemeente Hoogeveen) heeft alles wat Drentenierders uit de Randstad verlangen van het platteland: door bomen omzoomde boerenlanen met daaraan kleine weides met vee, een dorpshuis aan de hoofdweg, een enkele winkel. In dat landschappelijke decor past ook het relatief grote bedrijfspand van de Bork Groep, net buiten Stuifzand. Met een dichte coulisse uit bomen onttrekt de circulaire sloper zijn werf, kantoorgebouw en loodsen nagenoeg aan het oog.
De Bork Groep is penvoerder van een pilot rondom hergebruik van PIR- en PUR-platen, onder leiding van het Veras-secretariaat en Partners for Innovation. Dit adviesbureau begeleidt pilots als deze op het gebied van circulaire ketensamenwerking. RVO subsidieert de pilot.
Ook circulair sloopbedrijf Gebr. Snellen doet mee met het onderzoek naar dat tweede leven voor PIR- en PUR-platen. De pilot ging op 8 juli 2024 van start en is verlengd van september naar december van dit jaar. Reden voor die verlenging: de geoogste platen worden momenteel nog verwerkt in het Rivierenhuis in Amsterdam. Ook die fase van het traject dat de platen afleggen wordt in de pilot gemonitord.

De Bork Groep beschikt sinds enige tijd over een circulaire hub.
Kritisch kijken
Binnen de Bork Groep is circulairiteitscoördinator Koen Rooseboom nauw bij de pilot betrokken. Hij legt uit wat dit onderzoek naar PIR- en PUR-platen zo bijzonder maakt: “We hopen met deze pilot een impuls te geven aan hergebruik op de zakelijke markt. Voor dit bouwmateriaal is hergebruik op zichzelf niet nieuw. Maar de pilot focust op opschalen en certificeren en kijkt naar de kansen van een groothandel als scharnierpunt tussen vraag en aanbod op juist de zakelijke markt. Zo willen we met deze pilot de hele keten professionaliseren, van het oogsten van PIR en PUR in bestaande panden naar de groothandel tot de feitelijke toepassing in een gebouw.”
Nieuw in deze pilot zijn ook de eisen die aan de geoogste platen gesteld worden. Rooseboom: “We kijken kritisch naar de afvalstatus van de platen, naar de primaire eigenschappen en de kwaliteit. Bij het oogsten komen we platen tegen met allerlei beschadigingen, doorboringen met spijkerpistoolgaatjes, platen met teerlagen en piepschuim, al dan niet verlijmd. De pilot onderzoekt het opzetten van een certificering voor het hergebruik van de PIR- en PUR-platen, als kwaliteitsbasis voor het opschalen. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan eisen aan de isolatiewaarde in relatie tot het Besluit bouwwerken leefomgeving.” Dat formuleren van eisen gebeurt in de pilot onder andere samen met de Universiteit van Gent, waar een groter onderzoek loopt naar de praktische kanten van hergebruik van PIR- en PUR-platen. Rooseboom: “Zij bestuderen onder meer de thermische geleidbaarheid en de druksterkte.”

De kapschuur op de circulaire hub bestaat bijna volledig uit hergebruikt materiaal.
Anders oogsten
Dat oogsten, dat doet de penvoerder samen met circulair sloopbedrijf Gebr. Snellen. Aan de pilot nemen verder de architectenbureaus DOOR architecten en Buro Grooter deel. Zij dragen projecten aan waarin de geoogste platen kunnen worden verwerkt. Als de oogst van de Bork Groep en Gebr. Snellen voor die projecten niet toereikt, leveren de Nederlandse Vereniging van Polyurethaan Hardschuim-fabrikanten NVPU en toeleverancier Weston Isolatie uit Soesterberg nieuwe platen voor de pilot. Zij functioneren daarnaast als kennisbank over oude PIR- en PUR-platen.
In het bestek van de pilot oogstte de Bork Groep duizend vierkante meter aan PIR- en PUR-platen uit een project in de Eemshaven en uit het Mandemaatgebouw, een overheidsgebouw in Assen. Dat oogsten verloopt binnen de pilot anders dan anders, onderstreept Koen Rooseboom: “Als platen makkelijk losmaakbaar zijn halen we ze uiteraard uit een bestaand pand – maar binnen de pilot doen we dat ook als het moeilijk is of de platen beschadigd zijn. Dat doen we omdat we willen inventariseren hoe lang het oogsten dan duurt en wat de meerkosten zijn, aan arbeid, transport en aan reparaties. Het mooie is dat dit een pilot is waarin niet gekeken wordt naar het laaghangende fruit. Wij doen in deze pilot als sloper veel meer en dat past ook bij ons als bedrijf en bij onzebranche. We bezitten veel expertise op het gebied van losmaken en circulariteit.”
Nieuwe kijk op recycling en upcycling
De Bork Groep is een familiebedrijf. De twee broers die het bedrijf nu runnen zijn de derde generatie. Koen Rooseboom: “Zij kiezen er voor om met het bedrijf een circulaire koers te varen. Zodoende zijn wij nu een schakel in de handel voor een circulaire economie. Van de grondstoffen die we hier binnen krijgen en verwerken gaat een hele kleine fractie niet terug als grondstof. Dat is ongeveer één procent.” Het bedrijf brengt daarnaast betonpuin volledig terug tot herbruikbare grondstoffen. Dat initiatief gaat terug tot 2016, toen de Bork Groep samen met vijf andere slopers de BV Circulair Mineraal oprichtte. Rooseboom: “Dat betonpuin kan voor honderd procent terug naar de betoncentrale.”
In samenwerking met partner Bouwcenter Concordia uit Meppel verwerkt de Bork Groep sloophout tot nieuw en herbruikbaar materiaal, met een regionale sociale werkvoorziening. Materialen uit circulaire sloopprojecten biedt het bedrijf aan via Insert en DuSpot, voor particulieren op Marktplaats.
Met een materialenhub kun je als circulaire sloper vraag en aanbod in alle rust naar elkaar toe laten komen
Circulaire renovatie
Binnen de pilot loopt momenteel één project waarin PIR- en PUR-platen uit bestaande panden worden hergebruikt. Dat is de circulaire renovatie van woongebouw het Rivierenhuis in Amsterdam-Zuid, die sinds april 2024 wordt uitgevoerd door Eigen Haard en Hemubo en loopt tot aankomend najaar. Eigen Haard en Hemubo gaven ook ruimte aan de pilot van Veras. In een uitbouw met een dak van tweehonderd vierkante meter worden hergebruikte PUR-platen van zestig millimeter dikte toegepast. Uit geoogste platen maakten vertegenwoordigers van de technische commissie van de NVPU en Weston een selectie. De platen werden onder andere gecheckt op beschadigingen en vochtretentie. De Universiteit van Gent mat van een aantal samples de thermische geleidbaarheid en de druksterkte bij tien procent indrukking.
Bij de renovatie worden niet de door de Bork Groep geoogste platen gebruikt, maar een partij van Gebr. Snellen. Koen Rooseboom: “Essentieel in de circulaire markt is het koppelen van vraag en aanbod. Het materiaal moet passen op het project. De opdrachtgever stelt eisen, de architect en de aannemer moeten iets met de platen kunnen.”
Materialenhub
Dat koppelen van vraag en aanbod vraagt tijd. Om die reden beschikt de Bork Groep sinds enige tijd over een circulaire hub met de naam Tussenstation. Daar wachten ‘moeilijke’ materialen in alle rust op een project waarin ze kunnen worden hergebruikt. Koen Rooseboom: “Als wij een circulair sloopproject op ons nemen, doen we een inventarisatie waarmee we de markt op gaan. Dan kunnen we gemiddeld tachtig procent van wat we oogsten al kwijt. De resterende twintig procent komt tijdelijk op ons Tussenstation. Dan moet je denken aan buitengewone dingen als apparatuur uit het interieur van een farmaceutisch bedrijf of een industriële rvs keuken. Die bewuste keuken heeft hier anderhalf jaar gestaan. Maar we hebben hier ook vier complete Finnhouses in de opslag. We werken ook steeds vaker in bouwteams voor sloop/nieuwbouw, waarbij we naast onze reguliere demontage- en sloopwerkzaamheden de rol op ons nemen van leverancier van materialen uit een donorgebouw.”

Toekomst borgen
Het circulaire Tussenstation bevindt zich in het nabijgelegen Hoogeveen, op een bedrijventerrrein.
De halfopen kapschuur op de hub bestaat bijna volledig uit hergebruikt materiaal. De schuur heeft een constructie uit circulair staal en een achterwand uit hergebruikt hout. Alleen de beplating is nieuw. Ook hier speelde vraag en aanbod een rol, aldus Rooseboom: “We wilden de kapschuur waterdicht maken en er waren op dat moment geen hergebruikte dakplaten voorhanden.”
Rooseboom ziet de circulaire hub als een manier om de toekomst van de Bork Groep te borgen: “Er komt in de markt steeds meer vraag naar circulaire materialen. En er zijn steeds minder arbeidskrachten voor demontage. Opdrachtgevers formuleren ook al hergebruikpercentages. Het loont om materialen terug te brengen in de keten en met een hub heb je als circulaire sloper een plek waar je vraag en aanbod in alle rust naar elkaar toe kan laten komen en hergebruik kunt optimaliseren.”
Het Rivierenhuis
Het Rivierenhuis is een grootschalig wooncomplex uit 1964 naar ontwerp van architect J. Schippers. Eigen Haard en Hemubo voeren de renovatie zo circulair mogelijk uit. Nagenoeg alle bouwmaterialen uit het Rivierenhuis worden hergebruikt of krijgen een tweede leven elders. Het woongebouw wordt all electric en bij alle ingrepen in het pand is gekeken naar losmaakbaarheid, hergebruik, CO2-impact en het toepassen van biobased materialen. Zo krijgen de meer dan driehonderd woningen in het Rivierenhuis herbruikbare biobased woningscheidende wanden en worden de gevels voorzien van circulair HR++-glas.