BouwBelang: Platform voor bouw en infra van AFNL

Vraag naar buitenlandse arbeidskrachten blijft

17-02-2026
door Redactie
GAzet

De bouwopgaven zijn enorm. Dat vraagt een flinke aanwas van arbeidskrachten. Waar halen we al die mensen vandaan?

We hebben mensen nodig. Mensen die de enorme bouwuitdagingen aankunnen. Daarvan zijn er te weinig. Terwijl de arbeidsproductiviteit achterblijft. Dat zijn een paar bevindingen uit het EIB-rapport Arbeidsmarkt tot 2029 (zie kader). Is het in dit verband zorgelijk dat het aantal zzp’ers afneemt doordat de Arbeidsinspectie strenger gaat handhaven op schijnzelfstandigheid? Blijft de flexibele schil? En hoe zit het nou met de buitenlandse arbeidskrachten? Tijd voor een paneldiscussie over schijnzelfstandigheid. Gezamenlijk optrekken met de handhavers is raadzaam, terwijl een bouwpas of bouwplaats-ID een goed idee lijkt. Eén ding valt op: de panelleden zijn opvallende eensgezind. Dat zijn Hester Vervloet (directeur HR, Dura Vermeer), Hans Crombeen (sectorbestuurder FNV Bouwen & Wonen), Koen Dijkstra (bestuursvoorzitter Zelfstandigen Bouw), Marcel Hanegraaff (Tweede Kamerlid CDA) en Jaco Uittenbogaard (directeur Aannemersfederatie Nederland).

Panelleden discussiëren over schijnzelfstandigheid. Van links naar rechts: Martijn de Greve (staand), Hans Crombeen, Jaco Uittenbogaard, Hester Vervloet, Marcel Hanegraaff en Koen Dijkstra.

Panelleden discussiëren over schijnzelfstandigheid. Van links naar rechts: Martijn de Greve (staand), Hans Crombeen, Jaco Uittenbogaard, Hester Vervloet, Marcel Hanegraaff en Koen Dijkstra.

Hieronder een verkorte weergave van de discussie die onder leiding stond van moderator Martijn de Greve.

Waar liggen de problemen met schijnzelfstandigheid?

Hans Crombeen: “Er is helemaal niks mis met een vakkundige zzp’er die in opdracht van een aannemer een dakkapel aanbrengt. Dat is ondernemer die op een gezonde manier zijn boterham dubbel en dwars verdient. Waar ontstaan de problemen, waar gaat het wringen? Die komen vooral door de arbeidskrachten uit het buitenland die zich met een schamel voorschotje in het vooruitzicht inschrijven bij bemiddelingsbureaus en door deze bureaus gefaciliteerd worden. Vaak weten ze zelfs niet hoe ze ingeschreven staan. Onder de naar schatting 168.000 buitenlandse vakmensen is het probleem van schijnzelfstandigheid veruit het grootst. Daartussen zit een grote groep die zichzelf zzp’er noemt, maar geen belasting afdraagt.”

Jaco Uittenbogaard: “Onze achterban werkt, voor zover ik weet, niet of sporadisch met internationaal opererende bemiddelingsbureaus. De bouwplaatsen zijn doorgaans kleiner en dan valt het op als er plotseling enkele onbekende gezichten opduiken. Je kunt niet anoniem aanwezig zijn. Op grotere bouwplaatsen is de situatie anders. Daar zit de individuele werknemer wat meer onder de radar. Wij hebben overigens veel energie gestoken in de veranderde regels over handhaving schijnzelfstandigheid. Je ziet inderdaad zzp’ers die weer graag werknemer willen worden. De flexibele schil blijft bij onze achterban wel overeind.”

Hester Vervloet: “Wij hebben heel kritisch naar onze flexibele schil gekeken. Iedere zzp’er die niet voldeed aan de criteria en niet van plan was in dienst te treden, zijn we aan het uitfaseren. Die kunnen bij ons niet meer aan de slag. Het feit dat we daar zo kritisch naar kijken, houdt ook verband met de strengere handhaving.”

Koen Dijkstra: “Voor onze leden durf ik mijn hand wel in het vuur te steken. Die hebben de zaakjes wel op orde. Ze hebben een bewuste keuze gemaakt voor zelfstandigheid. Ze zijn ondernemers die vaak alleen en soms in samenwerking met andere zzp’ers werk aannemen en zelfstandig uitvoeren. Geheel volgens de regels die gelden voor zelfstandig ondernemerschap.”

Marcel Hanegraaff: “De zzp’ers in de flexibele schil zouden nooit goedkoper mogen zijn dan de werknemers in loondienst. Als we de regels niet handhaven dan staan de rechten van de werknemers op het spel. Dan krijgen we Amerikaanse toestanden en dat willen we hier niet.”

Jaco: “Als de zzp’er verplicht wordt een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten en een pensioen op te bouwen, dan zal dat verschil een stuk kleiner worden. Wij zijn voorstander van een situatie van een level playingfield, waarbij de zzp-ondernemer aan dezelfde verplichtingen moet voldoen als onze leden. Daardoor wordt het ook aantrekkelijker om mensen aan te nemen. Hoewel er op dit moment zoveel werk is, dat je nauwelijks risico loopt als je mensen aanneemt.”

Groot aantal nationaliteiten op bouwplaats problematisch?

Hans: “Bij de tunnelbouw in Den Haag zijn 53 nationaliteiten betrokken. In Europa hebben we er 26. Ze komen zo langzamerhand van over de hele wereld. Heel veel bedrijven maken gebruik van deze mensen in de wetenschap dat er iets niet klopt. Niemand stelt vragen als iemand een cursus steigerbouw heeft gevolgd in New Delhi. Door dit soort praktijken wordt de afdeling HR onderdeel van de afdeling inkoop.”

Hester: “Zo hoort het natuurlijk niet. En dat soort praktijken kom je gelukkig bij de meeste bedrijven niet tegen. Bij bedrijven die het werkgeverhart op de juiste plek dragen, levert HR een bijdrage aan de kwaliteit en krijgt de werknemer kansen zich te ontwikkelen.”

Jaco: “In de gespecialiseerde markt wordt steeds vaker van zzp’er verwacht dat hij of zij in het team kan functioneren. En dat kan botsen met de eis dat de zzp’er zelfstandig moet kunnen werken. Je zit dan al op een glijdende schaal. Als de zzp’er in de uitoefening van zijn vak niet meer te onderscheiden is van de reguliere werknemer, dan heeft hij en zijn opdrachtgever een probleem.”

Marcel: “Dat klopt. Aan de andere kant zie je dat veel zzp’ers op hun schreden terugkomen. Er zijn inmiddels 5.000 zzp’ers weer werknemer geworden. Ze vinden een vaste aanstelling kennelijk toch aantrekkelijker. Ik vind dat een goede ontwikkeling. Het grote aantal nationaliteiten hoeft geen probleem te zijn, mits je ze goed behandelt en volgens onze maatstaven beloont. Arbeid hoort niet in de concurrentiesfeer thuis. Op dit punt moet je een gelijk speelveld hebben.”

Hans: “Die vele nationaliteiten kunnen wel degelijk problemen zorgen op de bouwplaats. Je ziet vaak dat er zeven dagen per week in ploegendiensten wordt gewerkt. Dat kan knap lastig zijn als een Poolse ploeg het werk moet overdragen aan en Portugese. Feit blijft dat misbruik op de loer ligt. En hoe verder weg mensen geronseld worden, hoe gemakkelijker ze zich laten misbruiken. Ze kennen hun rechten niet goed, spreken de taal niet, zijn onzeker en zitten soms in een chantabele positie.”

Hester: “Werk is er vooralsnog voldoende. We hebben 365 vacatures. Er is veel meer werk dan we aankunnen met onze mensen. En dan kom je er niet omheen bouwmensen van over de grens te halen. Veiligheid is daarbij erg belangrijk. Ze moeten veilig kunnen werken. We huren die mensen in via bureaus die bij ons de status vaste partner hebben. Dat is de beste garantie dat het spel volgens de regels verloopt en dat je mensen krijgt met een goed niveau. Ook als het om de veiligheid gaat.”

Controle hoort thuis aan de poort

Koen: “Onze leden zien het liefst een controle aan de poort. Dat is voldoende. Dan weet je dat je op de bouwplaats werkt met mensen die bijvoorbeeld de vereiste veiligheidsmaatregelen kennen en ook doorvoeren.”

Jaco: “Verplichte identificatie aan de poort. Daar hebben we ons altijd sterk voor gemaakt. Een decennium geleden hebben we de invoering van een bouwpas bepleit en onderzocht. We hebben zelfs een pilot opgetuigd. Bleek toen nog een beetje te vroeg, maar we vinden het nog steeds een goed idee.”

Hans: “We zijn een groot voorstander van een Bouwplaats ID. Zo’n wettelijk haakje heb je echt nodig als de bouwplaats bevolkt wordt door vijftig verschillende nationaliteiten die allemaal een verschillende bouwcultuur gewend zijn. Ze zullen toch allemaal de Nederlandse veiligheidseisen moeten kennen en op zijn minst kunnen communiceren over hun opdracht.”

Arbeidsproductiviteit

Martijn de Greve: “Ten slotte wil ik het nog even hebben over de arbeidsproductiviteit. Volgens de SER moet de arbeidsproductiviteit omhoog. Dat is noodzakelijk voor onze economie en een middel in de strijd tegen de krapte op de arbeidsmarkt. Voor behoud van concurrentiepositie en de welvaart. Maar hoe gaan we dat doen in de bouwsector?”

Hans: “Goed onderwijs, automatisering, innovatieve ontwikkelingen. Die zaken zullen zeker leiden tot een hogere productiviteit. Daar mag best meer geld voor vrijgemaakt worden. We moeten er wel voor waken dat de roep om een hogere productiviteit niet leidt tot een hogere werkdruk en meer uitval. Want dan span je het paard achter de wagen. De mensen moeten ook mentaal het hoofd boven water kunnen houden.”

Jaco: “Mee eens en ik wil daar graag een ander stokpaardje van ons aan toevoegen: modernisering van het loongebouw. Waardoor er onder mee ruimte ontstaat om een hogere productiviteit extra te belonen. Een ander antwoord ligt in het moderniseren van het productieproces. Je ziet al enkele jaren dat bouwdelen aan de lopende band in productiehallen worden samengesteld. Op de bouwplaats volgt assemblage. De bouwvakker wordt operator en assemblagemonteur. Er zijn inmiddels ook enkele woningfabrieken. Maar ik wil daarbij de kanttekening plaatsen dat de activiteiten van onze leden meestal niet onder het repetitieve werk vallen.”

Hester: “In HR-kringen krijgt de afname van de productiviteit veel aandacht. Een goed, diepgravend onderzoek is zeer gewenst. Als je de oorzaken van de afname van de productiviteit helder hebt, kun je er daadwerkelijk iets aan doen.

Marcel: “We groeien nog altijd, maar dat komt doordat er meer mensen werken. Niet omdat we efficiënter worden. De complexe regelgeving staat efficiënter werken in de weg. Versimpelen is noodzaak.”

Koen: “De zzp’er heeft minder mentale klachten dan de medewerker in vaste dienst. Hij of zij werkt duurzaam en is innovatief. De arbeidsproductiviteit ligt hoger. Slijtage aan gewrichten en dergelijk ligt wel op hetzelfde niveau.”

Mooi vak, prachtige cao

Hans: “We willen graag behouden wat we hebben – dat werken in de bouw mooi blijft. We gunnen iedereen die prachtige cao. Als we willen wegblijven van de negatieve kanten haal dan de inbreng van de zzp’er uit de concurrentiesfeer en betaal alle uitzendkrachten conform de bouwcao. Handhaven is belangrijk en een Bouwplaats ID moet er komen. Dan wordt het weer wat gezelliger op de bouwplaats dan het nu is.”

Hester: “Mee eens en zoek de handhaver op en kijk wat je samen kunt doen aan de situatie.”

75.000 voltijds arbeidskrachten nodig in de bouw

In de komende vier jaren zijn 75.000 nieuwe voltijds arbeidskrachten nodig om de verwachte productie te halen. Dit stelt het Economisch Instituut voor de Bouw in de onlangs verschenen publicatie ‘Trends op de arbeidsmarkt 2025-2029’.

Opleidingen kunnen de 50.000 arbeidskrachten die vrijkomen doordat de oudere garde met pensioen gaat of arbeidsongeschikt raakt, voor hun rekening nemen. De overige 25.000 extra arbeidskrachten zullen van elders moeten komen, uit andere sectoren of uit het buitenland.

Voor de periode 2026-2029 verwacht het EIB productiegroei van drie procent per jaar en de arbeidsproductiviteit zou daarbij met anderhalf procent moeten toenemen. Echter verleden jaar en dit jaar is bij een stijging van de werkgelegenheid de arbeidsproductiviteit afgenomen. Dat is een trend die al langer zichtbaar is. En het zal nog een opgave worden het tij te keren. Het aantal vacatures blijft vooralsnog stijgen, waardoor de spanning op de arbeidsmarkt verder toeneemt.

Een opvallende ontwikkeling dit jaar is de daling van het aantal zzp’ers in de bouw. Dat zal zeker te maken hebben met de verscherpte handhaving op schijnzelfstandigheid.

Het gaat goed met de bouwopleidingen, maar er zitten grenzen aan. Mede daardoor zal de bouw geleidelijk meer mensen moeten aantrekken; ook weer vanuit andere sectoren en vanuit het buitenland. De gww-opleidingen hebben het moeilijker en dat zal voorlopig zo blijven.

De uitdagingen op de langere termijn zijn groot vergeleken bij die voor de komende vier jaar. De opgaven om bijvoorbeeld de energietransitie over een periode van twintig tot dertig jaar gestalte te geven, zijn immens. De bouw zal voor haar aandeel alle zeilen bij moeten zetten om de afspraken uit het klimaatakkoord van Parijs enigszins te kunnen nakomen. Dat begint met het aantrekken van voldoende kwalitatief personeel. Voor die categorie werknemers staan vele kapers op de kust en neemt de concurrentie zelfs toe, vooral vanuit defensie en de industrie.