“Tussen bedoeling en praktijk”
Het jaarverslag 2025 van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB), toezichthouder op de Wkb, is geen lichte kost. Maar wie er even doorheen bladert, ziet wel waar we nu staan. Niet in de theorie van nieuwe regels, maar gewoon: op de bouwplaats.

Peter Ligthart, Adviseur bouwregelgeving
Wat opvalt, is dat het systeem inmiddels echt draait. Het aantal projecten onder kwaliteitsborging is stevig toegenomen en er ontstaat voor het eerst een beeld van wat het oplevert. Geen eindbeeld, wel een eerste tussenstand. En die is, zoals zo vaak in onze sector, genuanceerd.
Aan de ene kant laat het verslag zien dat de inzet van een kwaliteitsborger daadwerkelijk iets toevoegt. In een deel van de projecten worden gebreken eerder gesignaleerd en hersteld. Dat is winst, al is het lastig om daar meteen grote conclusies aan te verbinden.
Aan de andere kant blijkt ook dat het systeem nog lang niet overal scherp staat. In een flink aantal projecten komen tekortkomingen pas later of helemaal niet in beeld. Dat zit deels in de manier waarop er wordt gecontroleerd – veel aandacht voor procedures, minder voor wat er daadwerkelijk buiten gebeurt. Voor aannemers is dat een herkenbaar spanningsveld. Want uiteindelijk wordt kwaliteit nog steeds gewoon op de bouwplaats gemaakt, niet in een systeem of in een plan.
Aantoonbaarheid
Wat ook opvalt, is dat veel discussies draaien om informatie en aantoonbaarheid. Niet zozeer omdat het werk niet goed is, maar omdat het niet altijd goed is vastgelegd. Dat is iets waar de sector zich de komende tijd nog toe moet verhouden. Niet iedereen zit daarop te wachten, dat is duidelijk, maar het speelt wel steeds vaker een rol.
Interessant is verder de ontwikkeling richting prefab en industrieel bouwen. Die lijn zet door en lijkt in veel gevallen ook gewoon praktisch voordeel te bieden in snelheid en beheersbaarheid. Tegelijkertijd blijkt ook daar dat kwaliteit niet vanzelfsprekend ‘meekomt’.
Op de cijfers is ook wel wat af te dingen. Waar het plan van de TloKB was om 5% van de bouwprojecten te inspecteren is de grens nu gesteld op 5% van het bouwvolume onder de Wkb. Om dat te kunnen halen lijken er met name grote projecten in de steekproef te zijn opgenomen. Dat zie je bijvoorbeeld aan de conclusie over prefab en industrieel bouwen. De vraag is dus of de conclusies rechtdoen aan de MKB-aannemers, bij wie het vakmanschap de kwaliteit van een bouwproject bepaalt.
Resumerend
Wat mij betreft zit de waarde van dit jaarverslag vooral in het feit dat het een eerste realistisch beeld geeft. Niet zwart-wit, niet jubelend, maar ook niet dramatisch. Het systeem doet iets, maar het vraagt nog het nodige van alle partijen – en dus ook van ons. Voor de één bevestigt dat misschien de scepsis, voor de ander het idee dat we op de goede weg zijn. De waarheid ligt, zoals zo vaak, ergens in het midden. En misschien is dat ook precies waar we nu zitten: niet meer in de discussie óf het werkt, maar in de vraag hoe het beter kan.
Eind mei verschijnt ook de rapportage over 2025 van Arcadis over de werking van de Wkb. De rapportage van het jaarlijkse onderzoek in opdracht van het ministerie van BZK is gebaseerd op gegevens direct van de betrokken partijen, zoals aannemers, kwaliteitsborgers en gemeenten.