Nu in BouwBelang

"Mkb ruggengraat van samenleving" 

En verder:
+ Westland geeft 'eigen' voorrang
+ Nick bij toeval in betonstaal 
+ Slimme opkar verlicht werk  

“Mkb is ruggengraat van samenleving”

Je kunt Sharon wel uit de politiek halen, maar de politiek niet uit Sharon. Met Gesthuizen als nieuwe voorzitter van Stichting AFNL-NOA kiezen de extern samenwerkende mkb-bouwers en -afbouwers voor iemand die betrokkenheid combineert met gezond verstand en tactisch inzicht. “We moeten breed inzetten. Door strategische partnerschappen aan te gaan kunnen we een vuist maken en de positie van het mkb en de kleine ondernemer geleidelijk verbeteren.”

Heel goed mogelijk dat haar SP-achtergrond bij de achterban her en der wat wenkbrauwen doet optrekken, Sharon Gesthuizen begrijpt dat. Maar ergens ook weer niet. Want wie de politiek de laatste jaren heeft gevolgd, weet dat de SP – en Gesthuizen in het bijzonder – de mkb en de kleine ondernemer een warm hart toedraagt. Hiervan getuigen de vele amendementen en wetsvoorstellen met betrekking tot de Aanbestedingswet en loondoorbetaling bij ziekte. Maar ook de publicaties Hart voor de Zaak (2010) en de update 100% Hart voor de Zaak (2016). Hierin doet ze tientallen voorstellen om kleine bedrijven en zelfstandigen een betere uitgangspositie te verschaffen van financiering tot mobiliteit en van lastendruk tot bestrijding van criminaliteit. Gesthuizen weet wat er leeft. Voor haar Kamerlidmaatschap was ze zes jaar actief als zelfstandig ondernemer, hetgeen haar automatisch het woordvoerderschap voor Economische Zaken (en Juridische Zaken) opleverde. “Ik denk dat ik als een van de weinigen in de Kamer de regels en het ‘gevoel’ van ondernemerschap aan den lijve heb ondervonden. Bovendien ging – en ga ik vaak op werkbezoek. Ik zou de huidige Kamerleden willen aanraden hetzelfde te doen. Een gesprek met een ondernemer aan je bureautafel is informatief, maar gaat vooral over problemen. Kom je op het bedrijf zelf, dan zie je ook wat er goed gaat, wat de ondernemer drijft. Hoe hij zijn ondernemersblik richt naar de markt, zijn kennis, kunde en oplossingsvermogen inzet om kansen te creëren of te pakken. En ook dat uiteindelijk veel ondernemersproblemen en –zorgen identiek zijn, ongeacht de sector.”


Contraproductieve wetgeving

Ondernemers bieden mensen emplooi, al schijnt de politiek dat nog wel eens te vergeten. Ruim 60 procent van alle werkenden is werkzaam bij de kleinere bedrijven en het mkb. Juist de ondernemers van die bedrijven zijn de ruggengraat van de samenleving en mogen alleen daarom al niet vergeten worden. Ze lopen soms tegen wet- en regelgeving aan die bedoeld zijn om werkgevers en werknemers te beschermen, maar die in de praktijk een gezond werkklimaat in de weg lijken te staan. Want dat is dus de ironie van de zaak, zegt Gesthuizen. Dat goedbedoelde wetgeving onpraktisch kan uitpakken of zelfs het tegendeel bewerkstelligt dan de oorspronkelijke inzet beoogde. Een gevolg dat grotendeels voorbijgaat aan grote ondernemingen. “En dat klopt gewoon niet.” 

Neem het huidige ontslagrecht. Die wet was bedoeld om mensen gemakkelijker aan te nemen en zo een grotere economische zekerheid te creëren, waardoor ook de (huizen)markt weer zou aantrekken. Maar het heeft juist in de hand gewerkt dat ondernemers minder mensen in vaste loondienst nemen. De voor kleinere bedrijven flinke transitievergoeding, maar ook het feit dat een jaar later de Flexwet werd ingevoerd – ter bescherming van de flexibele arbeidskrachten – versterkte dit effect. Met als gevolg dat de verhouding werknemers met een vast dienstverband en de vakmensen uit de flexibele schil inmiddels 30 versus 70 procent is. Gesthuizen: “Dat ook veel werkgevers deze percentages het liefst omgedraaid zien, doet me deugd.” Het belang van een gelijk speelveld (level playing field, red) voor alle ondernemers, ongeacht de bedrijfsomvang, is voor haar dan ook evident. “We moeten drempels weghalen, niet opwerpen. Het mag niet zo zijn, dat een werkgever met een mooi bedrijf, die zijn zes tot acht medewerkers zoveel mogelijk zekerheid probeert te bieden door hun een vast dienstverband aan te bieden, wordt weggeconcurreerd door een werkgever met minder zorgen en verplichtingen, omdat hij met zes tot acht zzp’ers werkt? Verder is het van belang dat zzp’ers of liever ozp’ers (ondernemers zonder personeel) aan dezelfde wettelijke verplichtingen dienen te voldoen als ondernemers met personeel.”


Doorbetalen bij ziekte

Het eerste wat Sharon Gesthuizen hoopt te bereiken, is het doorbreken van de impasse rondom de twee jaren loondoorbetaling bij ziekte. “Dit heeft absolute prioriteit. Het speelt al zo lang. Toen ik net in de politiek actief was, in 2005 – ik stond met een kraampje ergens in Haarlem – sprak ik met een ondernemer die vrijwel meteen zei: doe iets aan de loondoorbetaling bij ziekte. Hij had één medewerker en had er graag nog een aangenomen, maar durfde het risico niet aan. En dat snap ik. Als er een van die mensen langdurig ziek is en je moet twee jaar doorbetalen, dan kun je de tent wel sluiten. We zijn daar in de Kamer veel mee bezig geweest, ook andere partijen. Het punt is: iedereen beseft de oneerlijkheid ervan, juist voor de kleinere ondernemer, maar tegelijkertijd moeten de rechten van de werknemer beschermd blijven. Ik zie zelf wel wat in de gedifferentieerde premies in de werkhervattingskas. Dan krijg je vanuit de grote bedrijven niet de kritiek dat je collectiviseert, en je maakt het voor de kleinere bedrijven betaalbaar. Dit is een van de zaken waar we snel op moeten doorpakken.”


Uitknijpen

Ook de Aanbestedingswet is een bron van grote frustratie bij de achterban, weet Gesthuizen. Ondanks de nieuwe aanpassingen is de kans van stapelen, clusteren en disproportionaliteit nog steeds reëel – iets waarvan wederom het mkb en de kleinere ondernemers de dupe zijn. “De eisen waar een inschrijving aan moet voldoen zijn best absurd: zoveel omzet, zoveel ervaring, zoveel papierwerk. Feitelijk sluit je hiermee 90 procent van het bedrijfsleven uit en dat is slecht voor de economie, slecht voor de concurrentie en slecht voor de innovatie.” 

De povere kredietverlening door banken, een ander punt van aandacht, maakt het er niet makkelijker op. De aandacht hiervoor dreigt door het aantrekken van de markt echter te verslappen. Gesthuizen: “Financiering was, zeker voor de kleinere ondernemer, voor de crisis al best lastig. Maar door de crisis is het er alleen maar ingewikkelder op geworden.” En dat geldt des te meer voor de bouw. Voorfinanciering van projecten was voor de crisis al problematisch, maar kon vaak nog uit eigen vermogen gebeuren. Tijdens de crisis is het eigen vermogen geslonken en sindsdien zijn ze aangewezen op kredietverstrekking door banken. Maar die geven ondanks een dringend appel nog steeds vaak niet thuis. “Hun reserves zijn op. En ondanks het feit dat de bouw op dit moment aantrekt, is deze sector nog steeds uiterst conjunctuurgevoelig, simpelweg omdat er geen vlees meer op de botten zit.”   


Zware beroepen

En dan is er nog de kwestie van de pensioenen voor zware beroepen. Sharon Gesthuizen: “Daar moeten we als AFNL-NOA sterk op inzetten. Het lijkt wel of de politiek denkt: We hebben de pensioenleeftijd gehad, probleem opgelost. Maar de waarheid is dat er vanuit het perspectief van de werkgever en werknemer nog helemaal niets is opgelost. In de bouw, afbouw en infra beginnen mensen vaak al ruim voor hun twintigste te werken. Ikzelf was zesentwintig, dat is nogal een verschil. Zeker als je daarbij optelt dat het vaak om fysiek zware arbeid gaat en mensen na veertig jaar echt op zijn. En dan moeten ze nog een aantal jaren! Ook hier is een gelijk speelveld van belang. Want voor een groot bedrijf is het veel gemakkelijker om werknemers die fysiek niet meer goed mee kunnen te herplaatsen dan voor een kleine onderneming. Als je als mkb’er een nieuwe werknemer zoekt, is het vanuit zijn perspectief gezien best logisch om eerder iemand te nemen die nog lange tijd volledig inzetbaar is, dan iemand die dit nog maar voor 60-70 procent is. En laten nou juist in die laatste categorie de meest vakbekwame en ervaren mensen zitten. Ook werkgevers zelf zien dit graag anders.” 


Breed inzetten

Er staat dus veel op de agenda. De door de Tweede Kamer aangenomen en door het kabinet onlangs onderschreven MKB-Toets, die volgens Gesthuizen zeker ingevoerd gaat worden, is alvast een stap in de goede richting. Als wetgeving vooraf op werkbaarheid wordt getoetst, scheelt dat achteraf veel frustraties en onnodig werk. Tegelijkertijd moet er vanuit de brancheverenigingen druk worden uitgeoefend op de politiek. Gesthuizen: “We moeten breed inzetten en strategische partners zoeken – ook in de koepelorganisatie MKB-Nederland. Met een concreet plan, gedragen door mkb’ers die allemaal met gelijksoortige problematiek worstelen, kunnen we onze situatie gaan verbeteren.” 

Sharon Gesthuizen oogt vastberaden. “Ik ga keihard mijn best doen. Alleen resultaat telt!”