‘Opdrachtgevers wees creatief!’

Mkb-ondernemers verenigd in de stichting AFNL-NOA vragen de overheid, woningcorporaties en grote hoofdaannemers al hun creativiteit te gebruiken om opdrachten te laten doorgaan. ‘Alleen dan kan de mkb-banenmachine blijven draaien’, zo schrijven zij in een opinie-artikel. Het artikel is ondertekend door Sharon Gesthuizen (voorzitter Stichting AFNL-NOA), Ger Jaarsma, voorzitter NOA en Riek Siertsema, voorzitter AFNL.

‘Het coronavirus houdt Nederland stevig in zijn greep. Veel kan of gebeurt er niet op dit moment: vrijwel alle vliegtuigen blijven ruim twee maanden aan de grond, mensen werken zoveel mogelijk thuis, er zijn geen files en de treinen zijn leeg. Er wordt dus door het verkeer nauwelijks stikstof uitgestoten en er is ruimte om te werken zonder overlast te veroorzaken. 

We hebben de afgelopen dagen voorbeelden gezien van hoe van de nood een deugd wordt gemaakt. Gevangenen die mondkapjes gaan maken, restaurants die meer maaltijden gaan bezorgen. Oplossingen die worden gevonden voor de plotselinge problemen waarvoor we staan. Manieren om de negatieve gevolgen te verminderen en onnodig leed te voorkomen.


Versnelling kan versterking worden

Het kan wat gevoelig liggen om te proberen een crisis te gebruiken voor het bereiken van voordelen, maar als we nu kansen grijpen, komt Nederland er als echt mkb-land uiteindelijk sterker uit; hoe lang die crisis ook duurt. Dat kan bijvoorbeeld door onderhoud van infrastructuur sneller te laten plaatsvinden, want juist nu veroorzaakt een buitengebruikstelling van een spoor of een wegafsluiting amper hinder. En door de in het najaar in allerijl ingetrokken en opgeschorte vergunningen voor bouwprojecten alsnog af te geven, zodat woningbouw kan worden gerealiseerd en bouwvakkers aan het werk kunnen blijven. De bouw- en infrasector heeft de capaciteit, want door de problemen met PFAS en stikstof draait de machine nog lang niet op volle toeren. Mkb-ondernemers vragen van overheid, woningcorporaties en grote hoofdaannemers al hun creativiteit te gebruiken om opdrachten te laten doorgaan; alleen dan kan de mkb-banenmachine blijven draaien.


Geen belemmeringen

Veel van de uitvoerende werknemers in bouw, afbouw en infra lopen bij de uitoefening van hun dagelijkse werkzaamheden geen risico’s op besmetting met Covid-19. Uiteraard moet iedereen zich daarvoor wel aan de hygiënevoorschriften houden, maar omdat de werkers juist in deze sector in de vrije buitenlucht of in ieder geval op behoorlijke afstand van elkaar kunnen werken, kunnen zij aan de slag blijven. Als ze zich ook tijdens de pauzes bewust blijven van de noodzaak om afstand te houden, is er dus geen enkele belemmering. 


Voorbereiding

Bij Rijkswaterstaat weet men nog van de vorige crises – de financiële van 2007 en de nog voortdurende stikstofcrisis – dat het naar voren halen van grote nieuwe klussen niet gemakkelijk is. Overheidsopdrachtgevers zouden daarvoor een beroep moeten kunnen doen op de markt om hen daarbij te helpen. Ingenieursbureaus en aannemers hebben de beschikking over dezelfde soort specialisten; die kunnen daarvoor worden ingezet. Op dit moment wordt al uitgezocht wat mogelijk is: initiatieven om samen de voorbereiding van nieuwe werken ter hand te nemen worden nu opgestart. Ook andere opdrachtgevers zouden dit voorbeeld moeten volgen om de mogelijkheden om vooral door te werken te vergroten, uiteraard alleen waar dat kan, met inachtneming van de vereiste maatregelen.


Kinderopvang

Mogelijk werken de partners van werknemers in de bouw in vitale beroepen, waardoor de bouwvakkers op de kinderen moeten passen. Dat in dergelijke gevallen de kinderopvang voor deze gezinnen wordt opengesteld is dan ook niet meer dan logisch. Zeker waar het noodzakelijk werk betreft, zoals bijvoorbeeld geldt voor steigerbouwers, die moeten zorgen voor het veilig op hoogte werken aan storingen bij energiecentrales, wegwerkers, die vitale infrastructuur begaanbaar moeten houden voor hulpdiensten, loodgieters, die verstoppingen in zorgcentra verhelpen, en storingsmonteurs, die spoorwegovergangen of seinen en verkeerslichtinstallaties moeten repareren. 

Nederlanders tonen zich in alle beroepen en sectoren van harte bereid bij te dragen aan het voorkomen van een ramp. Tegelijkertijd zijn we het aan onszelf en de ander verplicht om al onze creativiteit in te zetten. Zo houden we ons land aan het werk.’