Koolmees moet wetsvoorstel minimumbeloning terugnemen

De Stichting AFNL-NOA dringt er in een brief aan minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op aan dat hij het conceptwetsvoorstel ’minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring’ terugneemt. Over dit voorstel zeggen AFNL en NOA ‘onaangenaam verrast’ te zijn.

In geen enkele andere sector is de toename van zelfstandigen zo groot als in de bouw en afbouw, zo stellen de briefschrijvers. Begin 2018 zijn er meer dan 145.000 zelfstandigen werkzaam in de bouw en afbouw. Daarbij kent de bouw een eigen dynamiek als het gaat om werken met of als zzp'er. ‘Zo heeft een zelfstandige in de bouw geen keuze waar hij zijn werkzaamheden moet uitvoeren en op welke tijden, welk materiaal hij gebruikt of op welke wijze hij zijn werk doet en moet hij logistieke opdrachten uitvoeren en veiligheidsregels in acht nemen.’ 


Smeltkroes van vaklieden

Bijkomend probleem volgens AFNL-NOA is dat in de bouw werk vaak in aanneming wordt uitgevoerd en niet op basis van een uurtarief. ‘De bouw is een smeltkroes van allerlei vaklieden die op de bouwplaats bezig zijn. Dit kan ook niet anders. Het is bijna niet mogelijk om geheel zelfstandig en zonder aansturing op de bouwplaats werkzaamheden uit te voeren. Het zal daarom duidelijk zijn dat er op projecten van enige omvang een goede logistiek en coördinatie noodzakelijk is om de planning te halen en te voorkomen dat er stagnatie in werkzaamheden plaatsvindt. Veelal wordt er gewerkt op basis van aanneming van werk, dus een ‘klus’ tegen een vast totaalbedrag, waarbij een uurtarief helemaal niet aan de orde komt.’ 


Worstelen

Het is volgens AFNL-NOA opvallend dat sinds de invoering van de Wet DBA in 2016 kabinetten worstelen met het dossier zzp. En ondanks deze worstelingen worden er wederom twee voorstellen gepubliceerd waarover diverse partijen, waaronder de Stichting van de Arbeid, al geadviseerd hebben om dit niet in te dienen. ‘Het lijkt er op alsof uw ministerie alles maar naast zich neergelegd en zijn eigen koers vaart. De wetgeving was en is al complex en zal met deze voorstellen alleen maar complexer worden. Daarnaast geeft deze wetgeving aan opdrachtgevers en opdrachtnemers nog steeds geen enkele zekerheid over de arbeidsrelatie.’


Visie

Net als de Stichting van de Arbeid concludeert AFNL-NOA dat het wetsvoorstel niet is ingebed in een bredere visie op de arbeidsmarkt en sociale zekerheid. ‘De voorgestelde maatregelen lijken vooral een grote mate van ad hoc-karakter te hebben. De gevolgen van de maatregelen zijn echter verstrekkend met een grote impact op zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers. Tevens is de werking van de huidige arbeidsmarkt en de rol van o.a. de zelfstandige hierin, nog een onderwerp van brede discussie in veel gremia.’ 

De voorgestelde wetgeving is zeer complex voor zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers. Dit geldt zowel voor de vormgeving als de uitvoering. ‘Een voorbeeld daarvan is de introductie van de zogenaamde "Europeesrechtelijke werknemer" die afstand doet van een belangrijk deel van de rechten die horen bij een werknemer, maar niet volledig, waarbij dit alles gebaseerd is op een complexe berekening van de uurbeloning. Een dergelijke constructie zal naar onze mening alleen maar voor meer onduidelijkheid zorgen en juist geen verduidelijking bieden voor opdrachtgevers en opdrachtnemers.’

Die onduidelijkheid kan volgens AFNL-NOA leiden tot sancties als er onbewust fouten gemaakt worden of misbruik in de hand werken door op papier een sluitende berekening op te nemen die afwijkt van de realiteit.


Handhaving

Ook wijzen de briefschrijvers de minister op de controle en handhaving van de voorgestelde maatregelen. ‘Deze zijn onvoldoende geborgd in de huidige voorstellen. In het regeerakkoord waren maatregelen aangekondigd in het kader van de handhaving om schijnzelfstandigheid te voorkomen en meer helderheid te bieden aan opdrachtgevers en opdrachtnemers. In dit wetsvoorstel vinden wij daar niets over terug. De huidige voorstellen hebben een heel andere focus en dragen juist niet bij aan de handhaving.’


Uurtarief

Ten aanzien van de hoogte van het in het voorstel genoemde uurtarief van 75 euro merkt AFNL-NOA op dat ervan wordt uitgegaan dat opdrachtnemers voldoende in staat zijn om zich richting hun opdrachtgevers te verweren. ‘Elke onderbouwing van deze veronderstelling ontbreekt. Veel zelfstandigen werken tegen een lager uurtarief, afhankelijk in welke markt en 

sector. Tarieven worden nu eenmaal vooral bepaald door de markt zelf. Een uurtarief lager dan 75 euro betekent dan niet dat deze zelfstandigen geen goede weerbare positie ten opzichte van hun opdrachtgevers hebben. Sterker nog, in de meeste gevallen juist wel.’ Tevens wordt in de voorstellen de indruk gewekt dat iedere zelfstandige op basis van een uurtarief werkt. Dat is in de bouw maar amper het geval.

‘Het is daarbij juist de zelfstandige, die op basis van zijn kunde en vaardigenheden, de risico's van een dergelijk klus goed moet inschatten en daarmee zorgen dat hij voldoende inkomen overhoudt. De voorgestelde maatregelen, lijken een dergelijke manier van werken onmogelijk te maken.’


Brede discussie

Alles overziende concluderen wij dat de voorgestelde maatregelen geen oplossing bieden voor het veronderstelde probleem. De voorstellen gaan helaas voorbij aan de brede discussie die nog steeds gaande is over de wijze waarop de toekomstige arbeidsmarkt zou moeten worden ingevuld, terwijl de onzekerheid voor opdrachtnemers en opdrachtgevers alleen maar voort blijft bestaan.