Brandbrief over Stikstofuitspraak

In een brandbrief aan minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vraagt Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra het Kabinet om snel een einde te maken aan de onduidelijkheid rond de stikstofuitspraak van de Raad van State. Vanwege de uitspraak dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet als basis voor toestemming voor onder meer bouwactiviteiten mag worden gebruikt, dreigen honderden bouw- en infraprojecten vertraging op te lopen.

Ook worden er geen vergunningen meer afgegeven voor (woning)bouw en zijn al tientallen verleende vergunningen op basis van deze uitspraak ingetrokken door lagere overheden. Met alle dramatische consequenties voor de bouw en infra tot gevolg. 

Uit een recent sectorrapport van ABN-AMRO blijkt dat de bouw- en infrasector 14 miljard euro omzet misloopt in de komende vijf jaar als gevolg van de Stikstofuitspraak. Volgens ABN-Amro gaat het om negen miljard euro omzet aan infraprojecten en vjif miljard aan bouwprojecten. Een desastreus gevolg voor de bouw- en infrasector, terwijl de sector slechts voor een zeer klein deel van de uitstoot verantwoordelijk is.


Desastreuse gevolgen

AFNL vindt dat moet worden voorkomen dat bouw en infra-projecten langdurige vertraging oplopen of zelfs helemaal gestaakt worden. Deze rem op de sector lijkt desastreuse vormen aan te gaan nemen, terwijl er op dit moment enorme investeringen, innovaties en capaciteitsuitbreiding nodig zijn in de sector om de grote bouwopgave, de infrastructurele werken en de verduurzaming van de woningvoorraad die het Kabinet ambieert, te kunnen realiseren, aldus AFNL. 

Zij roept het Kabinet dan ook op om op korte termijn met een noodoplossing te komen om woningbouw en infrastructurele werken weer mogelijk te maken en duidelijkheid te verschaffen. ‘U zou bijvoorbeeld – in overleg met de commissie Remkes – met een noodmaatregel voor de bouw en infra kunnen komen, daar deze sector slechts verantwoordelijk is voor een zeer geringe – en veelal tijdelijke – uitstoot van stikstof.’

Behalve aan de minister van LNV is de brief ook verzonden aan de ministers van BZK, EZK en I&W.