Nu in BouwBelang

Kasteel verliest roze kleur

En verder:
+ 'Eerst rekenen, dan knopen doorhakken'   

+ Plus-Op-de-Meter in Voorhout 

+ Slooplocatie levert bouwdelen

Duurzaamheid bezorgt bouw vanaf 2021 extra groei

De bouw doet het goed, de laatste jaren. En dat blijft ook nog even zo, bleek op het recente congres van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in het Amsterdamse DeLaMar Theater. EIB-directeur Taco van Hoek presenteerde de prognoses voor de bouw in de komende jaren. Opmerkelijk: duurzaamheid zal over twee jaar een iets minder hard groeiende bouw een behoorlijke impuls geven. Het aansluitende paneldebat met als thema: ‘hoe gaan we de energietransitie bekostigen?’ leverde interessante discussies op.

Niets dan goed nieuws, tijdens de bijeenkomst van het EIB rond de ‘Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2019-2023’. De bouw groeide vorig jaar krachtig en de perspectieven voor de nabije toekomst zijn uitstekend. Het EIB constateerde in 2018 een groei van de bouwproductie met maar liefst 6,5 procent. Omgerekend in reële productie is dat een toename van 4 miljard euro. Dat maakt de bouw in 2018 goed voor een totale productie van 70 miljard euro. Daarmee is de branche volgens Taco van Hoek weer op oude sterkte; het productieverlies door de crisis werd in 2018 volledig ingelopen.

 

Groei evenwichtig verdeeld over de sectoren

De sterke groei in de bouw houdt al twee jaar aan (2017 en 2018). En die groei was in 2018 evenwichtig verdeeld: het EIB constateerde 6 procent productiegroei in de woningbouw, 7,5 in de utiliteitsbouw en 5 procent in de infrasector.

De investeringen groeiden in al die sectoren navenant – in de woningnieuwbouw met maar liefst 9 procent. De utiliteitsnieuwbouw realiseerde zelfs dubbele cijfers: 11 procent investeringsgroei. De GWW-sector scoorde 6 procent groei.

De werkgelegenheid in de bouw steeg naar 442.000 arbeidsjaren, een stijging van bijna 4 procent. Bij de werknemers nam het arbeidsvolume toe met 10.000 arbeidsjaren, terwijl er bij de zelfstandigen sprake was van een groei met 6.000 arbeidsjaren. 

 

Utiliteitsbouw en GWW sterk in de lift

De utiliteitssector profiteert van stevige investeringen en groeit de komende twee jaar flink, met 7 tot 8 procent. De vergunningen zijn in 2018 sterk toegenomen. Bij de GWW-sector rekent het EIB zelfs met de mogelijkheid dat er dubbele groeicijfers worden gehaald; eerder gereserveerde publieke budgetten zijn in 2018 namelijk maar ten dele besteed. En marktpartijen investeren stevig en steeds meer. In 2020 valt de groei in de GWW minder hoog uit, maar dankzij een volumegroei bij de investeringen van 5 procent blijft die sector het toch goed doen.

 

2019 en 2020: de groei zet door

Voor dit en komend jaar verwacht Taco van Hoek eveneens hoge groeicijfers. Die groei ligt rond de 5 procent, met in het kielzog een flinke toename van de werkgelegenheid. De werkgelegeneid steeg in 2018 al met 16.000 arbeidsjaren. Voor 2019 en 2020 wordt cumulatief een toename van nog eens 25.000 arbeidsjaren verwacht.

Het jaarlijkse groeicijfer van 5 procent is onder andere gevolg van de stabilisatie van het aantal vergunningen voor nieuwbouwwoningen in 2018. Bij herstel- en verbouwinvesteringen valt de groei in 2019 bescheiden uit, aldus het EIB , als gevolg van de terugval in de transformatie van kantoren naar woningen. In 2020 trekt de groei hier mogelijk weer aan. Maar, zo stelt het EIB, de omstandigheden op de woningmarkt blijven gunstig, de orderportefeuilles van bouwbedrijven zijn zeer goed gevuld en het productievolume per woning stijgt - mede als gevolg van hogere duurzaamheidseisen.


Duurzaamheid

Die duurzaamheid gaat een steeds grotere rol spelen in de bouw, onderstreept Taco van Hoek. Op middellange termijn zal de groei in de bouw afvlakken. De groei valt onder meer terug onder druk van demografische ontwikkelingen; er komen domweg minder huishoudens om voor te bouwen.

Maar de cijfers blijven solide en de productieniveaus hoog – mede dankzij de eisen die in de bouw aan duurzaamheid (zullen) worden gesteld. Het EIB verwacht dat de bouwproductie rond 2023 ongeveer 20 procent boven het huidige niveau zal liggen, met dank aan de investeringen in duurzaam bouwen.

Duurzaamheid is op de middellange termijn een relevante versneller, stelt Taco van Hoek. Dat in de traditionele bouw de duurzaamheidseisen steeds hoger komen te liggen, levert meer bouwvolume per woning op. Ook BENG is wat dat betreft een stap vooruit. Volgens de EIB-directeur steekt de bouw nu al 3 miljard euro in verduurzaming van de bestaande woningvoorraad - en dat getal gaat alleen maar oplopen. En dat geldt bijvoorbeeld ook voor de utiliteitsbouw,, waar vanaf 2023 bestaande kantoren minimaal label C moeten scoren. En ook binnen de overheid is verduurzaming van gebouwen een belangrijk thema.  


Paneldebat

Na de presentatie volgde in het DeLaMar Theater een paneldebat, met Sybrand Buma (CDA), Ferd Crone (burgemeester Leeuwarden), Biense Dijkstra (directeur Bouwgroep Dijkstra Draisma) en Bas Eickhout (lijsttrekker GroenLinks Europa). Thema van het debat: hoe gaan we de energietransitie bekostigen?

In die discussie was consensus over het feit dat er het nodige gebeuren moet de komende jaren als het gaat om duurzaamheid. De discussie begon met de vraag: hoe kijk je naar het ambitieniveau? Sybrand Buma stelde daar de vraag tegenover naar de mogelijkheden; wat kan, wat is haalbaar en wat is betaalbaar? Gemeenten halen ambities voor 2050 een decennium naar voren, maar: hoe realiseer je die ambities vervolgens? Hoe maak je die haalbaar en betaalbaar?

Daarbij keek men in het paneldebat ook naar de alledaagse bouwpraktijk. In de bestaande woningvoorraad de sprong maken van energie-onzuinig naar energie-zuinig is relatief eenvoudig en bespaart veel op de energierekening. Maar de laatste sprong, die naar BENG, is lastig en kostbaar. Hier levert een forse investering relatief gezien nog maar weinig op. En wat is dan de oplossing: meer faseren? Meer mogelijkheden scheppen voor innovaties?


Wijkgerichte aanpak

Tijdens het paneldebat kwamen ook de vragen op: wat halen we aan duurzaamheidsdoelstellingen uit de gebouwde omgeving en wat wordt elders gehaald? En: halen we de duurzame winst alleen uit Nederland, of ook uit buurlanden? Een aantal van die landen maakt van klimaatdoelstellingen namelijk niet zoveel werk.

Ook de nagestreefde kostenreducties waren een item. Biense Dijkstra van Bouwgroep Dijkstra Draisma zag duidelijk perspectief in zijn prefab systeembouw oplossingen, maar de kostenreductie van 20 tot 40 procent uit de Klimaattafels is wel heel moeilijk te realiseren.  

Burgemeester Ferd Crone van Leeuwarden pleitte voor een wijkgerichte aanpak: begin makkelijk als het om verduurzamen gaat, start nou niet met projecten in bijvoorbeeld historische binnensteden en werk met makkelijk haalbare opties. Dat creëert draagvlak.


Lichtend voorbeeld

In de discussie was consensus over het feit dat duurzaamheid de bouw vooral kansen biedt, in de vorm van meer productievolume en middels slimme, nieuwe innovaties. Maar er moet nog veel water door de Rijn stromen voordat de instrumenten zijn ingezet die de transitie ook mogelijk maken. Tegelijkertijd was er, bij alle consensus, het besef dat de betaalbaarheidsproblemen niet zomaar ‘weg te innoveren’ zijn. Van Hoek wijst erop dat in de bouw de condities voor innovaties niet optimaal zijn. De bouw is projectgebonden, anders dan bijvoorbeeld de auto-industrie, waar vaak als voorbeeld naar wordt verwezen. In de auto-industrie hebben fabrikanten doorzettingsmacht over het hele productietraject. In de bouw daarentegen is het de opdrachtgever die eisen neerlegt. Een duurzame innovatie moet daar maar net inpassen - en in navolgende projecten.

Innovatie is daardoor lastiger in de bouw. Reden voor EIB-directeur Taco van Hoek om te opperen of we niet eens moeten nadenken hoe we via de aanbiedingskant betere condities voor innovaties kunnen scheppen.