Bestelauto Expo 2018 Bestelauto Expo 2018

Succes staat of valt met bereidheid opdrachtgever

Het al dan niet slagen van het traject Beter Aanbesteden staat of valt met de bereidheid tot aanpassing door de opdrachtgevers. Dat stelde Sharon Gesthuizen, voorzitter van de Stichting AFNL-NOA, medio mei tijdens een rondetafelgesprek Beter Aanbesteden de praktijk van de Vaste Commissie Economische Zaken en Klimaat.

De Stichting AFNL-NOA en specifiek Aannemersfederatie Nederland en MKB INFRA zijn zeer nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van de nieuwe Aanbestedingswet en later – na de evaluatie van de wet – aan de regiotafels van Beter Aanbesteden. “Maar het verontrustte ons echter wel dat de Aanbestedingswet, die uitging van een gelijk speelveld, niet leidde tot een groter aandeel aanbestedingen voor het mkb. Wij hebben aangegeven dat door opdrachtgevers en opdrachtnemers hard moest worden gewerkt om die verdere professionaliseringsslag te maken. De minister heeft toen het traject ‘Beter Aanbesteden’ ingesteld om te proberen de problemen met de toepassing van de wet in de praktijk boven tafel te krijgen en op te lossen. Welnu die problemen zijn boven tafel. Wij hebben het traject ‘Beter Aanbesteden’ als positief ervaren, maar het staat of valt met de bereidheid tot aanpassing door opdrachtgevers”, aldus Gesthuizen tijdens het rondetafelgesprek.


Vier kernwaarden

Zaken die volgens AFNL-NOA serieuze aandacht (blijven) verdienen, werden door Gesthuizen kort geschetst. “Waar denken we dan aan als we het hebben over toepassingen in de praktijk? Ik beperk me tot een viertal kernwaarden; clustering, betalingsproblematiek, contractvormen en -voorwaarden, waaronder EMVI en prestatiemeten.”

Gesthuizen: “Een aantal gemeenten smeden samenwerkingsverbanden om inkoopvoordelen te realiseren. Voor de goede orde: kennisdeling tussen aanbestedende diensten, mede in het kader van verdere professionalisering, ondersteunen wij van harte. Maar van kennisdelen naar clusteren is een kleine stap. Wij vrezen dat gemeenten zwichten voor het kostengewin op de korte termijn. Professionaliseren en clusteren zijn begrippen die een volstrekt andere lading dekken en zeker niet mogen worden verward.”


Betalingsproblematiek

Voorfinanciering door de GWW-bedrijven is een ander pijnpunt. “De regels die gelden voor onze sector achten wij niet meer van deze tijd. Als het een beetje tegen zit, beschikt de ondernemer na tien weken na aanvang van de eerste werkzaamheden over de eerste aanbetaling. Zoals bekend kost voorfinanciering ondernemers veel geld, vreemd vermogen. En vreemd vermogen is duur, zeker voor een sector die op weinig consideratie van vreemd vermogenverstrekkers hoeft te rekenen.”

Gelet op de stijging van tenderkosten (gemiddeld 63 procent) vindt AFNL-NOA dat het verstrekken van tendervergoedingen nadrukkelijk op de agenda van iedere aanbesteding moet staan. Gesthuizen: “Daarnaast moet uit proportionaliteitsoogpunt bij elke aanbesteding een zorgvuldige afweging over de vergoeding van hoge aanbiedingskosten worden gemaakt, waarbij uniformiteit zeer gewenst is.”


Prestatiemeten

Gesthuizen gaf de leden van de Vaste Kamercommissie mee dat AFNL-NOA niet afwijzend staat tegenover prestatiemeting. “Maar we willen daarbij wel een paar randvoorwaarden hanteren. Uitgangspunt bij prestatiemeten is partnerschap op basis van dialoog, transparantie en vertrouwen. Daarnaast moet worden uitgegaan van een uniform systeem, dat consistent wordt toegepast en SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden) is. In de précontractuele fase moet al bekend zijn waarop partijen elkaar beoordelen en wie dat doet.”