‘Nóg geen beroep op steunmaatregelen’

Over het algemene beeld zijn de gesprekspartners het eens. Gronduitgifte stagneert en opdrachten drogen op. Ze staan vierkant achter de AFNL-oproep om bouw- en infraprojecten naar voren te halen (zie ook het bericht hierover op de nieuwspagina’s, red.). Hun eigen orderportefeuille staat er vooralsnog echter florissant bij. Een gesprek over de coronacrisis en wat er in dit verband ter tafel komt.

Nee, een beroep op de eerste noodpakketten tegen de gevolgen van Covid-19 hebben geen van de deelnemers aan het rondetafelgesprek hoeven te doen. En ook de steun- en herstelpakketten voor de rest van het jaar zullen ze niet aanspreken. Bertha van Kampen leidt samen met haar man Bouwbedrijf J. van Kampen in Wapse (Drenthe). Het bedrijf dat is aangesloten bij de NVBU, heeft het momenteel ongekend druk met nieuw- en verbouw van woningen voor particulieren. Dat doen ze samen met hun zoon (4e jaars student bouwkunde), drie mensen in vaste dienst en ten minste negen mensen in de flexibele schil. De constructie bevalt alle betrokkenen goed. Berrie Endevoets draaide met tachtig medewerkers dit voorjaar twintig procent meer omzet dan in dezelfde periode verleden jaar. Tot ver in 2021 is het business as usual. Hij is lid van de branchevereniging Gebouwschil Nederland. Het bedrijf is gespecialiseerd in renovatie, restauratie en onderhoud van de buitenschil. Ook René Fronik heeft niet te klagen. Zijn infra-bedrijf zit dik in het werk en ook de perspectieven voor de rest van het jaar zijn goed. Alle aangekondigde werken vinden doorgang. Geen afzeggingen of vertragingen. Hij is lid van MKB INFRA.


Brandbrief

Dat klinkt goed, maar hoe hangt de vlag er branchebreed bij? Hoe zijn de vooruitzichten voor komend jaar bij de collega-concurrenten? Worden de sombere voorspellingen van het EIB niet gevoeld of gedeeld in de achterban van de AFNL? Nog even afgezien van de dreiging van een tweede coronagolf met een lockdown voor onbepaalde tijd in het najaar, want wat daar de gevolgen van kunnen zijn is door niemand te voorspellen. 

Berrie: “Het blijft lastig een goede inschatting te maken van de situatie bij anderen. Maar wat ik wel waarneem, is dat de klimaatdoelstellingen serieus genomen worden. Corporaties maken werk van het energetisch opwaarderen van hun woningenbestand en dat begint volgens de trias energetica met een beter geïsoleerde schil. Dan nemen we in één bouwstroom het achterstallig onderhoud mee. Werk aan de winkel voor onze branche. Hier en daar merk je wel dat het voor corporaties een financiële uitdaging is. Daarom zou de regering er verstandig aan doen de verhuurdersheffing om te zetten in een stimuleringsregeling: het geld dat vrijkomt investeren in energiebewuste maatregelen. Het mes snijdt dan aan vele kanten. Klimaatdoelen komen weer een stukje dichterbij, banen blijven behouden, de overheid int extra loon-, vennootschap- en inkomstenbelasting.”

Bertha: “De meeste collega’s binnen de NVBU hebben nu nog voldoende werk. Toch zijn er zorgen. Het loopt uitermate stroef met de gronduitgifte bij gemeenten. Bouwgrond is er alleen nog maar op vrijgekomen percelen binnen de bebouwde kom – inbreiding in plaats van uitbreiding. Binnenstedelijk en –gemeentelijke bouwgrond is echter schaars in de Drentse woonkernen. De NVBU heeft daarom een brandbrief gestuurd naar gemeenten en provincie. Willen we ook op termijn aan het werk blijven – en dat geldt met name voor de mkb’ers die zelf aan projectontwikkeling doen – dan is actie op korte termijn noodzakelijk. De procedures nemen enige tijd in beslag. Als er nu gebieden worden aangewezen zijn we zo enkele jaren verder voordat we aan de slag kunnen. Snelle actie is dringend gewenst, temeer omdat de vraag naar betaalbare woningen toeneemt. Veel gezinnen uit de Randstad zoeken de rust en ruimte van de provincie. Een ontwikkeling die het laatste halve jaar duidelijk zichtbaar is geworden. Je kunt met recht spreken van een corona-effect. Hierdoor zijn de huizenprijzen fors gestegen. Je betaalt zo een ton meer voor een woning waarvoor je in januari dit jaar nog maar tweeënhalve ton hoefde neer te tellen. Aan de ene kant is dat natuurlijk mooi, maar starters uit de provincie zien de ontwikkelingen met lede ogen aan. Voor hen worden de woningen onbetaalbaar.”

René: “In principe is er veel te doen in de GWW. Althans in de disciplines waarin wij actief zijn, het reguliere infra-werk bij gemeenten. Het is alleen de vraag hoe de gemeenten uit de crisis komen. Beschikken ze dan nog over voldoende geld? Neem de deplorabele staat van de bruggen en kades in Amsterdam. Een belangrijke bron van inkomsten is het toerisme en juist die branche heeft enorm geleden. Volgens het Parool heeft de gemeente een schadepost opgelopen van 350 miljoen euro. En dat kan gevolgen hebben voor het uitgeven van werken. Vooralsnog is daar weinig van te merken, maar er zijn zeker zorgen over de orderportefeuille. Echt verontrustende geluiden komen uit de hoek van het grootbedrijf. We kunnen allemaal lezen dat het daar niet goed gaat. Er zijn veel collega-bedrijven die voor een deel of geheel afhankelijk zijn van opdrachten uit die hoek. Als grote ondernemingen wegvallen is dat ook catastrofaal voor vele mkb’ers. Dat mogen we ons best eens realiseren en ik vind het daarom goed dat er vanuit onze mkb-koepel aangedrongen wordt op anticyclisch investeren. Haal projecten die je toch van plan bent uit te voeren, naar voren en houdt de mensen aan het werk.”


Thuiswerken ontdekt 

De coronacrisis lijkt de kijk op werken en wonen ingrijpend en mogelijk blijvend te hebben veranderd. Is dat wat de ondernemers ook zien gebeuren? 

Bertha: “Ik heb al aangegeven dat we in Drenthe de eerste signalen van een volksverhuizing waarnemen. Mensen willen weg uit de overvolle Randstad. Nu ze zien dat ze net zo goed hun werk op afstand kunnen doen en contact kunnen houden en vergaderen via teamviewer, zoom of skype, wordt het gemakkelijker om te vertrekken naar de plek waar ze het liefst wonen en hun kinderen laten opgroeien. Wij merken dat corona een flinke zwengel heeft gegeven aan een trek van west naar noord/oost. Het zou zomaar kunnen dat het beleid voor krimpgebieden op de schop kan.”

René: “Voor ons soort bedrijven zal er niet zoveel veranderen. Onze corebusiness blijft werken uitvoeren op locatie en dat kun je niet thuis doen. Verder geef ik de voorkeur aan gezamenlijk vergaderen in een grote ruimte bij ons op kantoor. Via het beeldscherm mis je de non-verbale communicatie. Ik zie graag hoe iemand erbij zit. Wat zijn houding is en zijn gezichtsuitdrukking als hij of zij iets zegt. Je kunt zeggen: ok, calculatie en werkvoorbereiding kun je net zo goed van huis uit verrichten. Maar ook dan mis je het directe contact. Als één van hen ervoor kiest het werk totaal anders aan te vliegen dan we gewend zijn, kun je er op kantoor over praten. Waarom heb je dat gedaan? Wat zijn je argumenten? Je komt dan in de discussie altijd tot iets beters. Die uitwisseling valt, vermoed ik, weg als je op afstand zit. Het intensieve van de samenwerking verdwijnt. Dat zou ik niet willen. Hetzelfde geldt voor het contact met de klanten. In de tijd van de intelligente lockdown heb ik dat echt gemist.”

Bertha: “Dat wat René zegt, geldt ook voor ons. Zeker als je het moet hebben over beleidszaken. Ik zit in het bestuur van de NVBU en je merkt ook bij de andere bestuursleden dat we toch het liefst bij elkaar komen om te vergaderen. Dat is niet een generatiedingetje. Ook de jonge bestuursleden zien dat zo.”

Berrie: “Wij denken er niet anders over. Maar ik zie bijvoorbeeld wel, dat de directie van een bank de voorgenomen nieuwbouw van een kantoor, heeft afgeblazen. De bouwvergunning was al binnen. Dat heeft alles te maken met de ervaringen tijdens de coronaperiode. Men ontdekt dat je veel werkzaamheden thuis kunt doen en vele gevallen ook nog eens efficiënter. Ik denk sowieso dat kantoren gaan veranderen. Buiten werken, bijvoorbeeld. Waarom geen werkplekken creëren op het dak van een bestaand kantoorpand? Maak er een groene omgeving van en span er wat doeken tegen de zon boven. Technisch is het allemaal geen probleem meer. Je kunt via de laptop bij alle dossiers die je nodig hebt om je werk uit te voeren. Het zou een ontwikkeling zijn die past bij het veranderende klimaat. Je creëert andersoortige werkplekken dan de bestaande. Het kantoorpersoneel kan dan kiezen waar ze gaan werken, binnen of buiten. En inderdaad, thuis werken is in bepaalde beroepen en blijvertje.”


Hitteverletdagen

Is klimaatverandering ook een issue voor bouw en infra? Even afgezien van de uitdagingen in de strijd tegen wateroverlast, hittestress en dergelijke.

Bertha: “Zeker wel. De hoge temperaturen van de laatste drie jaren is een enorme belasting voor de mensen op de bouwplaats. Ga er maar aan staan: het is 30 tot 35 graden Celsius en je moet in de brandende zon een muurtje opmetselen. Dat is gewoon niet te doen. We hebben een verletregeling voor vorst en regen, maar de reikwijdte moet dringend uitgebreid worden met hitte, dus voor dagen als het kwik boven de dertig graden stijgt. Dan kun je wel zeggen we beginnen om zes uur en houden om twaalf uur op, maar dat is op den duur ook niet vol te houden. Bij die extreme hitte kom je niet eens toe aan een fatsoenlijk nachtrust. Dan kun je overdag niet presteren. Dan moet je kunnen besluiten niet te werken.”

René: “Dat mag de AFNL wat mij betreft wel inbrengen in het cao-overleg. Een zinvol onderwerp om afspraken over te maken. Er staat zoveel in de cao, waarvan ik als mkb’er denk wat moet ik ermee. Maar dit vind ik wel een goeie. Overigens hebben we, als mkb’ers, lange tijd het overleg over de cao overgelaten aan medewerkers van het grootbedrijf, doordat we zelf te druk waren met ons eigen bedrijf. Gelukkig is dat niet meer zo, al vind ik wel dat we best een wat krachtiger geluid mogen laten horen. 

Overigens, en dat wil ik toch wel even kwijt, nu we het over klimaatverandering hebben, moet de opdrachtgevende overheid niet te hard van stapel lopen met het opleggen van milieu- en klimaatmaatregelen aan de uitvoerende bedrijven. Mij bekruipt soms het gevoel dat ze op dit vlak volledig de draad met de realiteit kwijt zijn. Dat moeten we gewoon kunnen zeggen tegen onze opdrachtgevers. Begrijp me niet verkeerd, wij willen graag een bijdrage leveren aan de strijd tegen klimaatverandering. Maar graag stapsgewijs, zodat we het kunnen behappen. Dat lees ik overigens ook terug in het advies van de commissie Remkes. Maar dit terzijde.”

Berrie: “Dat laatste speelt bij ons weer minder een rol dan in de infra, denk ik. Maar die hitteverletdagen, daar voel ik wel wat voor. Je doet er alles aan om de mensen op de steiger zo goed mogelijk te verzorgen. Voldoende koel water in de keet en we sturen op zulke dagen ook de ijscoboer naar de bouwplaats. Maar boven de dertig graden doorwerken, moeten we met z’n allen niet willen. Vorstverlet is zo goed als achterhaald. Tegen regen kun je prima maatregelen nemen. Bij extreme hitte kun je dat maar beperkt. En van dergelijke dagen komen er alleen maar meer.”