Remontabel informatiecentrum

Ermelo, Nieuwegein, ’t Harde, Zwolle, Deventer, Wageningen: daar stonden de donorpanden waaruit de materialen stammen die Lagemaat BV gebruikte in De Kwekerij. Het multifunctionele pand in Utrecht bestaat op drie procent na uit secundaire materialen. Met het digitale materialenplatform Insert, mede door Lagemaat geïnitieerd, kan iedere architect bouwen met secundair materiaal, stelt Arend van de Beek, programmamanager circulariteit & digitale transformatie bij het sloopbedrijf uit Heerde.

De tijd dat sloopbedrijven uitgediende panden met de sloopkogel tot bouwafval verkruimelden en verder niks, die hebben veel slopers achter zich gelaten. Zo ook Lagemaat Sloopwerken. Het familiebedrijf uit Heerde maakt zich sterk voor een circulaire bouweconomie – sloop inclusief. Hoe Lagemaat dat in de praktijk brengt, demonstreert het bedrijf met De Kwekerij aan de Burgemeester Fockema Andreaelaan in Utrecht. Het tijdelijke multifunctionele pand (met horeca, informatiecentrum, appartementen en kantoren) bestaat voor 97 procent uit hergebruikte materialen.

Arend van de Beek somt op welke materialen Lagemaat leverde en uit welke donorpanden die komen: “De prefab basismodules van De Kwekerij stammen uit een totaalsloop van een GGZ-kantoor in Ermelo. Systeemplafonds en toegangsdeuren komen uit een totaalsloop in Nieuwegein, de tapijttegels uit een renovatiesloop in 't Harde. De dubbele deuren voor de technische ruimten in De Kwekerij haalden we uit een circulaire sloop in Zwolle, de zonwering is uit een renovatiesloop in Deventer en de bestrating komt uit een infraproject in Wageningen.”


Geen ambitie om aannemer te worden

Lagemaat voerde niet alleen de secundaire materialen aan, het sloopbedrijf bouwde ook mee aan De Kwekerij. Van de Beek: “Van Wijnen opereerde in het bouwproject als onderaannemer van ons. Wij hebben zelf geen ambitie om aannemer te worden. Maar als sloopbedrijf hebben we vanuit de asbestsanering wel ervaring met bouwkundig reconstrueren en zodoende met bouwen. Plus: we weten inmiddels goed hoe de hazen lopen op een circulaire bouwplaats. Daar gaat het er vaak toch net even anders aan toe dan op een reguliere bouwplaats.”


Solide units als basis

De Kwekerij meet vijftien bij vijftien meter en heeft twee bouwlagen. De basis van het gebouw: 26 prefab units van een voormalig GGZ-kantoor in het Gelderse Ermelo. Van de Beek: “Dat zijn units van drie bij zes bij drie meter met een betonnen vloer. De units hebben een frame van staal, opgebouwd uit kokerprofielen van tien bij tien millimeter. Eén unit weegt 3,5 ton, ze zijn solide en stapelbaar. Ze komen uit een reguliere totaalsloop, het GGZ-gebouw was ver over de levensduur, maar wij zagen een mogelijkheid om de prefab units te hergebruiken in De Kwekerij.”

De units werden in Ermelo grotendeels voorbereid en daarna in twee dagen tijd van Ermelo naar Utrecht getransporteerd en geconfigureerd tot het huidige gebouw. In een tijdsbestek van twee maanden werden aansluitend overal het secundaire materiaal en de technische installaties toegevoegd.


Naar een circulair optimum

De bouwplaats van De Kwekerij omschrijft Van de Beek als een ‘depot van secundaire materialen’: “In de uitvoering is een circulair project anders dan een regulier bouwproject. Overal lagen op een gegeven moment de secundaire materialen klaar om aan en in de units te worden gemonteerd. Bouwen met her te gebruiken materialen is soms ook nèt even meer improviseren. Op termijn moeten we naar een soort optimum toe van prefab en standaardisatie, zodat niet alles handwerk is - ook in verband met de reductie van bouwafval.”

97 procent van De Kwekerij bestaat uit hergebruikte materialen. En de resterende drie procent? Van de Beek: “We moesten naar gasloos, dus zijn in De Kwekerij moderne, elektrische installaties toegepast. De verlichting komt wel uit een donorpand. In Nieuwegein hing TL van de laatste generatie. Niet zo zuinig en duurzaam nog als LED, maar voldoende om in De Kwekerij toe te passen.”

Daarnaast kreeg De Kwekerij nieuwe brandwerende wanden. Van de Beek: “Veiligheid, daar kun je niet aan tornen, ook niet in een circulair en tijdelijk gebouw als dit. De Kwekerij voldoet aan alle eisen ten aanzien van brandveiligheid, het is wat dat betreft helemaal conform gewone bouw.”

In De Kwekerij zijn ook drie hagelnieuwe buitendeuren geplaatst. Van de Beek: “In onze bouwplanning waren die drie inbraakbestendige buitendeuren in geen enkel donorpand voorhanden. Dus plaatsten we nieuwe, uit FSC hardhout. Daarbij hebben we goed gekeken: zijn ze remontabel, hoe zit het met LCA's, hoe met de herbruikbaarheid bij een volgende verplaatsing van het pand?”


Gedigitaliseerde voorraad

Wie dacht dat alle materialen voor De Kwekerij netjes uitgesorteerd in een loods op voorraad lagen, klaar voor een tweede leven, die heeft het mis. Van de Beek: “We hebben zo weinig mogelijk in depot. Als de circulaire economie op gang komt, gaan we gangbare componenten refurbishen en op voorraad houden. Maar in wezen hebben we een gedigitaliseerde voorraad – van materialen die zich nog ín onze donorpanden bevinden. Die voorraad bouwen we op door digitaal te inventariseren wat een donorpand aan bruikbaars in petto heeft. In één dag tijd kunnen wij met een tablet in de hand een slooppand van twee bouwlagen digitaal opnemen. Dan leggen we vast wat in een gebouw aan materialen voorhanden is, wat de eigenschappen van die materialen zijn en de kwalificaties. Vervolgens voeren we dat indien nodig in een 3D-bestand in, zodat architecten met die materialen – ook al zitten ze nog vast in een donorpand – toch alvast kunnen ontwerpen aan hun gebouwen in wording.”



Remontabel

Arend van de Beek van Lagemaat Sloopwerken ziet rondom het circulaire bouwen nieuwe manieren van ontwerpen en bouwen opkomen: “Circulair bouwen is nadrukkelijk niet altijd bouwen met secundaire materialen uit donorpanden. Dat kan heel goed - De Kwekerij is er met 97% hergebruikt materiaal een extreem voorbeeld van. Maar de basis is dat een gebouw remontabel gerealiseerd wordt, een begrip uit de koker van architect Thomas Rau. Dus een gebouw zo ontwerpen dat je het weer eenvoudig uit elkaar kunt halen, bijvoorbeeld door droog monteren. Dan kun je gebouwcomponenten eenvoudig hergebruiken. Ik denk dat we in de toekomst bijvoorbeeld remontabele kozijnsystemen zullen gaan zien die meer 'clickable' zijn, en daardoor makkelijk uit een gebouw te halen – plus meer universeel in de maatvoering."



Materialenplatform

Een digitale voorraad secundaire materialen beschikbaar maken voor architecten – dat is het fundament van Insert.nl, de materialenplatformstichting die Lagemaat samen met elf andere partijen uit sloop en bouw initieerde. Van de Beek: “Via Insert kunnen architecten aan de hand van een STABU-bestekcodering zoeken naar materialen, bijvoorbeeld deuren, installaties, hang- en sluitwerk. Ze zien op Insert vervolgens wat er aan secundaire materialen vrijkomt uit gebouwen in een door hen zelf aan te geven straal rondom de locatie waar ontwerpen van hun hand in de toekomst gerealiseerd worden. Die materialen kunnen zij in zijn hun ontwerpen dan al meenemen.”

Voor het sloopbedrijf uit Heerde betekent Insert dat het een andere rol gaat krijgen in het bouwproces. Van de Beek: “We gaan van sloper naar materiaaldepotbeheerder. Wij worden meer en meer de beheerder van de materialen in bestaande gebouwen. We werken nu al veel samen met vastgoedbedrijven en kijken naar hun gebouwvoorraad: wat is herbruikbaar, straks en later? Insert.nl is voor ons het 'proof of concept'. Technisch hebben we het voor elkaar, de website functioneert. Nu moet het versneld naar een grotere opname. Het huidige aanbod is nu nog onvolledig. We zijn het pionieren voorbij, maar zitten nog wel in de beginfase. Als heel slopend Nederland zijn donorpanden goed inventariseert, kunnen we laten zien wat Insert kan.”



Woningen voor achthonderd studenten

De Kwekerij ligt midden in het Utrechtse herontwikkelingsgebied met dezelfde naam. De komende vijf jaar bouwt studentenhuisvester SSH in dit stukje stad woningen voor ruim achthonderd studenten. Om die opgave te begeleiden, betrok Jebber, het coördinerende bouwbureau van SSH, kantoren in het hart van het ontwikkelgebied – in het net voor hen opgeleverde pand van De Kwekerij. Voor de eerste studenten die hier straks wonen, is De Kwekerij bedoeld als rust- en ankerpunt – in een gebied dat komende jaren ook bouwput is. De circulaire nieuwbouw huisvest verder een informatiecentrum over de plannen van SSH met het terrein, en drie appartementen.



Lagemaat blijft eigenaar van De Kwekerij

Circulair oogsten is duurder dan gewoon slopen, stelt Arend van de Beek van Lagemaat: “Bij het oogsten van materialen ben je langer bezig met meer mensen. Dat kost geld. Maar als de secundaire materialen uit een donorpand weer beschikbaar komen, vertegenwoordigen ze een waarde. Bij gewoon slopen wordt 98% gerecycled en 2% is asbest. Maar balkhout verbranden is niet circulair; er wordt één keer energie gewonnen en dat was het dan. Bij hergebruik is die cyclus langer.”

Lagemaat bouwde niet alleen mee aan De Kwekerij, het sloopbedrijf blijft ook eigenaar van de tijdelijke accommodatie, vertelt Van de Beek: “We hebben het gebouw in bezit, inclusief demontage en transport naar een nieuwe locatie. Na drie tot vijf jaar moet het gebouw plaats maken voor studentenhuisvesting. Het gebouw zal dan weer op een nieuwe locatie worden ingezet. In die constructie is een huurprijs berekend voor de gebruikers van De Kwekerij. Voor ons is dit zodoende een investering die in drie tot vijf jaar wordt terugverdiend.”



Beton splitsen

Meer doen met beton, het staat ook al in het Betonakkoord. Lagemaat is een van de partners van Circulair Mineraal, een initiatief van een aantal sloopbedrijven om beton beter te hergebruiken. Arend van de Beek: “Momenteel winnen we uit sloopbeton granulaat. Uit honderd ton beton halen we vijftig ton granulaat. Dat wordt ingezet als twintig procent vervanging van grind in nieuw beton.”

Dat kan beter, vindt men bij Circulair Mineraal. Van de Beek: “Met de CM-techniek van Circulair Mineraal bewerken we sloopbeton tot zand en grind met een tachtig procent schoon oppervlak, en tot cementsteenpoeder. Deze vormen tezamen met een kleine hoeveelheid portlandklinker of geo-polymeer vervolgens weer de ingrediënten van nieuw beton, in elke gewenste kwaliteitsklasse. Zo zetten we honderd procent van het sloopbeton in voor de productie van nieuw beton.”