‘Valse beloften’

Het zag er in 2015 zo hoopvol uit voor de getroffenen van de aardbevingen in Groningen. Een snelle aanpak van de schade en versterking van hun panden. Er was geld, er was een organisatie (Centrum voor Veilig Wonen) opgetuigd, waar de daadkracht vanaf leek te spatten en er waren aannemers die stonden te popelen om aan de slag te gaan, want: nog altijd crisis. Het pakte anders uit. Toch zou Theo Andreae van het CVW het precies zo doen, als hij het over zou mogen doen. Regionale mkb-bouwers kijken anders terug.

Ze willen er niets meer mee te maken hebben. De mkb-bouwers van de NVBU (lidvereniging van AFNL) die gehoord zijn in het kader van dit artikel, zijn helemaal klaar met het Centrum voor Veilig Wonen (CVW). Ze hebben niet eens de moeite genomen hun namen te laten verwijderen op de lijst van CVW-erkende bedrijven. Destijds, in 2015-2016, hebben ze al hun personeel op cursus gestuurd om te kunnen voldoen aan de eisen van de erkenningsregeling. Naar het zich toen liet aanzien was dat een goede investering, want de toenmalige manager erkenningsregeling van het CVW verkondigde in bijeenkomsten fraaie perspectieven. Het eerste jaar stond het herstel en versterking van maar liefst 5.000 woningen op het programma. Dat is een mooi vooruitzicht als je nog gebukt gaat onder de gevolgen van de kredietcrisis. Maar het werk liet op zich wachten. 

Sterker nog: geen van de aannemers die hun verhaal hebben verteld, hebben hun CVW-erkenning kunnen inzetten. En als er via een klant een verzoek tot schadeherstel binnenkwam, zoals één van de aannemers meldt, liep het stuk op een hoogst merkwaardige procedure die hij niet kon plaatsen in de opties die de mensen met schadegevallen geboden werden: 1. je meldt de schade bij het CVW en daar bepalen ze welke aannemer het werk uitvoert; 2. je kunt tegelijk met de schademelding je voorkeur uitspreken voor een bepaalde aannemer en deze stuurt de rekening naar het CVW; 3. je ontvangt het geld voor het herstel en betaalt daarmee de aannemer van je keuze. 


Onderaanneming

De betreffende klant had duidelijk voor optie 3 gekozen. Toch liep het anders. De mkb-aannemer werd gebeld door een calculator van een grootbedrijf-bouwer. Deze stuurde een dik document dat hij eerst maar eens moest doornemen en verzocht verder om een kostenraming aan te reiken in een open begroting, uitgewerkt tot in detail. Daar zat de aannemer, die je gerust tot de wat grotere mkb-bouwers mag rekenen, niet op te wachten. Hem werd kortweg gevraagd het werk in onderaanneming uit te voeren, terwijl hij gewend is de hoofdaannemer te zijn. Dat is ook de relatie die de klant verwachtte; gewoon direct contact met zijn vertrouwde huisaannemer zonder tussenkomst van een andere aannemer. De mkb’er bedankte voor de eer en de klant heeft tot op heden de schade niet laten herstellen. Verleden jaar kreeg de betreffende aannemer bericht dat hij opnieuw op cursus moest anders zou hij zijn erkenning verliezen. De VCA-pas was namelijk verlopen. De uitnodiging belandde met een grote boog in het ronde archief.

Natuurlijk hebben de aannemers voor tekst en uitleg contact gezocht met het CVW. Maar er kwam geen enkele reactie. Ook vanuit hun branchevereniging NVBU zijn vragen gesteld. Die bleven eveneens onbeantwoord. 


CVW reageert op grieven

Hoe beoordeelt Theo Andreae, nu senior adviseur inkoopstrategie/leveranciersmanagement bij het CVW en tot 2018 manager erkenningsregeling, de grieven van de mkb-ondernemers. Hij kan de frustratie van de ondernemers wel begrijpen. Zeker als je aankondigt dat er 5.000 woningen aangepakt zullen worden en dat blijken er na een jaar 23 te zijn. Hij schuift het op overmacht. Politiek getouwtrek en het ontbreken van de juiste normen – die waren nog niet bepaald toen het communicatiecircus van start ging en moesten later nog eens aangepast worden – zorgden voor vertraging. “We hebben de mate van oponthoud onderschat. Onze insteek was: de urgentie is groot en we moeten zo snel mogelijk de erkenningsregeling openstellen voor de ondernemers. Dat verhaal heb ik neergelegd bij de regionale ondernemers en ook bij de leden van de NVBU. Wel heb ik er telkens bijgezegd dat ze moesten voldoen aan de voorwaarden en dat er geen garantie op werk kon worden afgegeven.”


Geladen sfeer

Die voorwaarden waren onder meer een geldig VCA-certificaat, de cursus Communicatie en Gedrag voor de werknemers die het werk zouden uitvoeren (ze kunnen immers in situaties komen waar de sfeer geladen kan zijn), een vakdiploma, het cursusgeld en de verletkosten komen voor eigen rekening. Eventuele zzp’ers moeten bovendien minimaal vijf jaar ervaring hebben. 

Andreae: “In 2017 hebben we die voorwaarden genuanceerd in die zin, dat je pas cursussen gaat volgen als je zeker weet, dat je werk mag uitvoeren. Een tweede nuance: je hoeft geen cursus Communicatie en Gedrag te volgen als je het werk uitvoert op een afgesloten bouwplaats, dus als je niet in direct contact hoeft te treden met de bewoners.” 


Enorme belangstelling

De belangstelling was volgens Andreae in eerste aanleg enorm. En, ja, dat had zeker te maken met de werkhonger tijdens de crisis. Voor de ondernemers moet in die dagen het uitzicht op veel werk als muziek in de oren hebben geklonken. Enkelen zullen het schadeherstelwerk zelfs gezien hebben als een laatste strohalm om hun onderneming te redden van de ondergang. En natuurlijk is de ondernemer in zo’n situatie bereid te investeren om te kunnen voldoen aan de voorwaarden. Dan is het toch zuur als dat werk op zich laat wachten, sterker nog, helemaal niet komt? Of als het komt, er een procedure gevolgd wordt, waarop je niet hebt gerekend? 


Leugenaar
“Natuurlijk kan ik me dat voorstellen. Na een jaar heb ik de ondernemers de vertraging moeten uitleggen. Ik kan me goed herinneren dat de emoties daarbij soms hoog opliepen. We zaten nog in de staart van de crisis en de ondernemers hadden gerekend op werk. Ik ben uitgemaakt voor leugenaar. Want waar bleven die beloofde opdrachten? We waren in een situatie beland, die voorbij het uitleggen was.” 

En over de onverwachte procedure waar de aannemer uit de bovenvermelde casus in verzeild raakte: “We zagen het herstel als volgt. Onder regie van een hoofdaannemer zouden de uitvoerende partijen als een treintje door de straten van de getroffen gebieden trekken. Die keten wil je niet onderbreken. Dat zou je wel krijgen als er meerdere aannemers op eigen houtje in die straat aan de gang gaan. Dat is inefficiënt.”

Ten slotte. Waarom heeft CVW niet gereageerd op de vragen van de ondernemers? 

“Dat kan ik niet plaatsen. Tenzij die vragen gesteld zijn na 1 januari 2018. Toen zijn we al van het schadeherstel afgehaald. De werkzaamheden voor de versterking van de woningen blijven we tot eind dit jaar begeleiden.”


Geef mkb’ers leidend initiatief

Op de vraag of hij de aanpak met de kennis van nu anders gestalte zou hebben gegeven is Andreae tamelijk stellig: “Ik zou het precies zo hebben gedaan.” Terwijl je zou denken dat er wel wat op af te dingen is. Bijvoorbeeld: geen worst voorhouden als er onzekerheid is over de normen of als er nog geen duidelijk politiek besluit gevallen is. Ook heeft de CVW erg geleund op de input van de ondernemingen uit het grootbedrijf, getuige de veronachtzaming van de werkwijze bij het midden- en kleinbedrijf. Schadeherstel gaat vaak om kleinere opdrachten. Het staat dichtbij het reguliere klantenwerk waar nu juist de mkb’ers in uitblinken. De meeste mkb’ers zijn geworteld in de lokale gemeenschap, ze kennen de getroffenen en hun panden, want deze zijn hun klanten. Had het CVW het leidende initiatief bij de mkb-bouwers neergelegd, dan was het treintje waarschijnlijk wel op gang gekomen.


Grootste inschattingsfout

Maar misschien is de grootste inschattingsfout wel gemaakt door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Daar heeft men – onder het mom van de veroorzaker van de bevingen, moet ook de afhandeling van de schadegevallen maar regelen – er een private zaak van gemaakt door de afhandeling op het bordje van de NAM te leggen. Het wijst op een onderschatting van de proporties van het probleem. Het lot van de Groningers is een algemeen belang, dus de afhandeling van de schade is een publieke aangelegenheid, geen private. Kennelijk heeft men dat nu – na vier jaar – ingezien en mag de Nationaal Coördinator Groningen opnieuw nadenken over de problematiek in Groningen. Het mkb is er klaar voor, maar wel onder andere condities dan er gegolden hebben.


Klachten mkb-bouwondernemers

Tijdens het werken aan dit artikel is duidelijk geworden dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat het contract met de NAM over de afhandeling van de schadegevallen door de aardbevingen in Groningen heeft opgezegd. De facto betekent dat per 31 december 2019 einde oefening voor het Centrum voor Veilig Wonen (CVW). Dit samenwerkingsverband van Arcadis, de bouwcombinatie OWS, IBM en CED, is het uitvoeringsorgaan dat in opdracht van de NAM de schadegevallen ter hand heeft genomen. 

Aanleiding voor dit artikel waren de klachten van mkb-bouwondernemers over het optreden van het CVW. Je zou kunnen zeggen dat die klachten door het verdwijnen van het centrum niet meer landen en het artikel overbodig geworden is. De redactie van BouwBelang oordeelt anders en heeft gemeend het verhaal toch te moeten plaatsen, omdat het een voorzet voor de ‘mkb-input’ kan zijn, waar de opvolger van het CVW zijn voordeel kan doen. Die opvolger komt er zeker, want de problemen zijn nog lang niet opgelost.

 

 

Reactie EZK

BouwBelang heeft de minister gevraagd waarom de NAM buitenspel is gezet en daarmee ook het Centrum voor Veilig Wonen. De minister verwijst in antwoord hierop naar enkele brieven aan de Kamer. Daarin staat ondermeer dat er geen schot in de zaak zat, mede door de nauwgezetheid waarmee het CVW in opdracht van de NAM tewerk ging. Verder voelden de burgers zich ongemakkelijk bij de ongelijkheid in de verhouding tussen hen en het CVW. Het schadeherstel verzorgt het centrum al sinds begin 2018 niet meer. Die taak vervult vanaf dat moment de TCMG (Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen). De versterking van de woningen ligt tot eind van dit jaar nog wel bij het CVW, maar ook hier heeft het ministerie dit jaar ingegrepen vanwege de inefficiëntie in de communicatielijnen. 

Een citaat uit de brief van 11 september geeft de complexiteit duidelijk weer: ‘… dit leidde tot een ingewikkelde keten die nodig was om het CVW publieke opdrachten te geven: de gemeenten gaven aan de hand van hun lokale plannen de NCG (Nationaal Coördinator Groningen) opdracht tot uitvoering van opnames en beoordelingen; NCG geleidde dit verzoek door naar het ministerie van EZK; EZK instrueerde NAM een opdracht (‘workorder’); die de NAM tot slot moest geven aan CVW. Met het besluit van 17 mei jl. zijn zowel EZK als de NAM uit deze aansturingsketen gehaald. De NCG kan nu direct het CVW aansturen.’
Er wordt nu hard gewerkt aan de zogeheten nieuwe Uitvoeringsorganisatie (UO). Deze wordt een publieke aangelegenheid. Bovendien maakte de koning in de Troonrede gewag van een Nationaal Programma Groningen dat via EZK de Groningse nood moet lenigen. Het heeft even geduurd, maar er gloort voor de Groningers uiteindelijk toch licht aan het einde van de tunnel.