MBS MBS

Nu in BouwBelang

Architect van de buitenruimte

En verder:
+ 'Moderne baksteen met oude look'   

+ Nieuwe mbo-opleiding VWN 

+ MKB volgens Jacco Vonhof

Moderne baksteen met oude look

Getoogde rollagen, waterslagen, uitkragende lijsten, geaccentueerde penanten, een pregnante plint: in het recent herbouwde Klopgebouw in Utrecht lopen de gevels over van siermetselwerk. Dat ambachtelijke metselwerk werd uitgevoerd door mkb-bouwbedrijf Meulendijks Metselwerken uit Asten – met een moderne Wienerberger-steen. Will Meulendijks: “Dit soort projecten vraag feeling voor het vak, om het metselwerk strak te krijgen.”

Je zou het niet zeggen als je er langs loopt, maar ooit was het helemaal verdwenen, het Klopgebouw op het Viconaterrein, op de hoek van Diamantweg en Rotsoord in Utrecht. In 2007 sloopte de toenmalige eigenaar het historische pand, een gemeentelijk monument nota bene, om nieuwe woningen te bouwen met een ondergrondse parkeergarage.

Het was sloop met de belofte het fabriekspand rap weer op te bouwen, als onderdeel van het herontwikkelingsplan met de nieuwe woningen. Die herontwikkeling bleek in de praktijk taaier dan gedacht: de grond op het Viconaterrein was vervuild en daarna kwam ook nog eens de crisis in de bouw. De kavel van het Klopgebouw bleef uiteindelijk dik een decennium leeg.


Nieuwe stenen voor de gevel

Inmiddels staan die nieuwe woningen er, op het Viconaterrein. Met ondergronds parkeren, en met een herbouwd Klopgebouw. Het metselwerk werd uitgevoerd door mkb-bouwbedrijf Meulendijks Metselwerken uit Asten. Een deel van de oude metselstenen van het Klopgebouw was bewaard gebleven, zo'n tweeduizend stuks. Veel te weinig voor de totale gevel van het nieuwe Klopgebouw, waarin zo'n 30.000 stenen zijn verwerkt. De historische stenen werden uiteindelijk in het geheel niet gebruikt, omdat ze niet maatvast waren en uiterlijk ook teveel verschilden van de nieuwe sortering die uiteindelijk aan de gevesl van het Klopgebouw is gebruikt. De architect van de herbouw, Frauke Weber van Wolfs Architecten uit Moergestel, kon zodoende nergens een mooie knip maken tussen oude en nieuwe stenen. 


Op zoek naar de oude look

Die nieuwe steen, dat is de Wienerberger vormbaksortering Rood Kolengestookt VB WF in Renova-formaat (210 x 100 x 55 mm), dus net iets dikker dan het gangbare Waalformaat. De Rood Kolengestookt wordt vaker gebruikt voor renovaties. Projectarchitect Frauke Weber van Wolfs Architecten uit Moergestel selecteerde de sortering in samenspraak met Monumentenzorg. Voor Meulendijks Metselwerken betekende dat: proefmuurtjes metselen, zo vertelt Will Meulendijks: “Er is heel zorgvuldig gekeken naar verschillende baksteenopties, op zoek naar een steen die het Klopgebouw van aanvang aan zijn oude look zou teruggeven. Deze steen is het uiteindelijk geworden omdat hij heel erg lijkt op de historische steen. De steen van Wienerberger is een vormsteen met een vrij gladde oppervlaktetextuur en kolenbrancaccenten.”

Met Wienerberger was aanvankelijk afgesproken dat de baksteenproducent twintig procent kromgetrokken stenen zou leveren. Maar op de proefmuur die Meulendijks voor architect Frauke Weber en Monumentzorg optrok, bleek dat een te rommelig gevelbeeld op te leveren. Daarom werd het aandeel kromgetrokken stenen teruggebracht naar twaalf procent.


275 stenen per dag

Qua hardheid is Wienerbergers vormbaksortering een doodgewone steen, meldt Will Meulendijks. “Dus het was niet nodig om de metselspecie aan te passen.” Maar bijzonder was het Klopproject wel degelijk, stelt Meulendijks: “De gevels van het Klopgebouw hebben veel siermetselwerk. Het was geen project om meters te maken. Ik heb er twee ervaren metselaars op gezet, van 56 en 60 jaar oud, die hebben het uitgevoerd. Zij verwerkten 275 stenen per dag, omdat het metselwerk zo bewerkelijk was.”

Dit soort projecten wordt zo langzamerhand onbetaalbaar, stelt Meulendijks: “De kosten lopen hard op, als je tegenwoordig een mooi gemetseld segmentje wilt, of boerenvlechtwerk.”


Grootste uitdaging

Will Meulendijks noemt de bogen boven de kozijnen van het Klopgebouw de grootste uitdaging voor zijn metselaars: “Daarvoor moesten de stenen gezaagd worden. Dat vraagt feeling voor het vak, om het metselwerk strak te krijgen. En ook het sierwerk aan de dakrand was complex. Dat moesten we in drie keer maken, want anders viel het om – het siermetselwerk kraagt hier per steenlaag steeds verder uit.”

Vroeger was dit soort metselwerk eenvoudiger, aldus Meulendijks: “Omdat de muren dikker waren, 32 cm. Nu hebben we te maken met halfsteens muren van 10 centimeter dik, dan komt de isolatie en de binnengevel. Het oorspronkelijke Klopgebouw was rondom opgebouwd uit steensmuren. In de uitkragende plint heeft het Klopgebouw altijd nog steensmuren. Maar daarboven is het herbouwde pand opgetrokken uit halfsteensmuren. Achter de gemetselde gevel bevindt zich nu een hsb-wand versterkt met staal. Op de niet beglaasde kopgevel is de binnenwand uit kalkzandsteen. Bij die stalen balk als achterconstructie moesten we bij de aannemer de vraag neerleggen: 'En hoe verankeren we hier het metselwerk?' Uiteindelijk zijn de ankers er aan vastgelast.”


Minder onderhoud

Het voegwerk van het Klopgebouw is gepointerd. Dat is niet origineel: aan de gevels zat oorspronkelijk een knipvoeg op het gebouw, maar dat was te kostbaar om terug te brengen. Meulendijks: “Daar komt bij, dat normaal voegwerk na vijfentwintig tot dertig jaar los laat. Nu hebben we met pointmasteren de voeg meteen afgewerkt. Mortel en voeg zijn één geheel en dat betekent onder aan de streep: op termijn minder onderhoud.”



Machinefabriek De Klop

Het in 2007 zonder vergunning gesloopte Klopgebouw was een gemeentelijk monument dat onderdeel uitmaakte van het ‘Industrielint Vaartsche Rijn’. Het gebouw uit 1913 was aanvankelijk het bedrijfspand van machinefabriek De Klop van W.H. Verloop, gespecialiseerd in het bouwen van motoren voor de baggerindustrie. In 1922 verhuisde de machinefabriek en trok de Nederlandsche Wasserijmachinefabriek Poensgen en Wessels N.V. in. In 1940 volgde veevoederfabriek De Adelaar (tot 1977). Tenslotte vestigde Krachtvoederfabriek en Handelsmaatschappij ‘Vicona’ zich in het pand.



Kleine verschillen met het origineel

Het herbouwde Klopgebouw maakt deel uit van het herontwikkelingsplan voor het Viconaterrein. Op het terrein zijn twee appartementenblokken gebouwd met dik 200 woonunits van dertig vierkante meter, bestemd voor starters en studenten.

Architect Frauke Weber van Wolfs Architecten ontwierp en begeleidde de herbouw van het Klopgebouw, in nauwe samenwerking met Monumentenzorg. De herbouw wijkt op een aantal punten af van het afgebroken origineel, vertelt Weber: “Het Klopgebouw is herbouwd met vijf stramienen, niet met de oorspronkelijke acht en één kopgevel is geheel beglaasd. Het gebouw is ook net iets hoger geworden dan het origineel, want het dak is geïsoleerd. Dat scheelt twee lagen stenen. Optisch neem je dat niet waar.”

Ook binnen waren er de nodige aanpassingen. Weber: “Het nieuwe Klopgebouw moest voldoen aan de huidige bouweisen. Voorheen had het gebouw steensmuren en was helemaal voorzien van een houten draagconstructie. Monumentenzorg verlangde dat de houten spanten terug kwamen, maar er moest ter versterking wel een eigentijdse staalconstructie in het gebouw worden aangebracht. De spanten zijn van gelamineerd hout, dus geen massieve houten spanten. Dat mocht van de Monumentencommissie.”



Reconstructie van het metselwerk

In het herbouwde Klopgebouw werd ook het oorspronkelijke metselverband teruggebracht – een kruisverband van steeds een strekkenlaag, een koppenlaag en weer een strekkenlaag, verzet ten opzichte van de eerste strekkenlaag.

Dat metselverband en al het siermetselwerk reconstrueerde architect Frauke Weber aan de hand van historisch beeldmateriaal van het Klopgebouw: “Ik heb vanaf foto's bakstenen geteld en op basis daarvan het hele metselwerk voor het gebouw 1:50 uitgetekend. Vroeger werd gewoon zo gemetseld dat de steen niet gesneden hoefde te worden. De maatvoering van de steen bepaalde de maat van de gevel. Dat is heel bijzonder. Bij de herbouw hebben uiteindelijk de metselaars zelf tijdens het werk bepaald hoe ze bepaalde details oplosten.”