“Ik hoor dingen die niet de bedoeling zijn”

“Gebeurt dat nog steeds dan?”, vraagt Tweede Kamerlid Martin Wörsdörfer zichtbaar verrast aan Joris van der Meer als die vertelt dat het clusteren van opdrachten nog steeds voorkomt. De commercieel directeur van Aannemersbedrijf Van der Meer knikt. “Vaker dan ons lief is. We komen het echt nog regelmatig tegen. Verschillende deelopdrachten die worden gestapeld tot een grote aanbesteding. En dat totaal is voor veel mkb-bedrijven dan simpelweg te groot om op in te schrijven.”

Martin Wörsdörfer is woordvoerder Economische Zaken van de VVD-fractie. Op uitnodiging van de Stichting AFNL-NOA bezoekt hij deze maandagochtend – in gezelschap van AFNL-NOA-voorzitter Sharon Gesthuizen – eerst Aannemersbedrijf Van der Meer in Benthuizen, aangesloten bij MKB INFRA en de Aannemersfederatie. Vervolgens reist het tweetal door naar Delstuc in Monster. Daar zal stukadoor Anton van Delden aandacht vragen voor de noden van deze groep gespecialiseerde aannemers. Delstuc is aangesloten bij de Nederlandse Ondernemersvereniging voor Afbouwbedrijven (NOA). 


Concrete voorbeelden

Maar eerste terug naar Benthuizen. De opmerking van gastheer Van der Meer over clustering triggert Wörsdörfer. “Kun je een voorbeeld noemen?”, wil hij weten. “Ja hoor, wij hebben het in ons werkgebied recent nog gezien. Daar werd in een Haagse woonwijk alles ineens aanbesteed. Het groen, de bomen, straatwerk, riolering, onderhoud. Dat werd ondergebracht in een aanbesteding met een waarde van een slordige 6 tot 7 miljoen euro. Als je dan als ondernemer jaarlijks ongeveer 10 miljoen euro omzet, is dat amper te doen. Dat geldt voor ons, maar ook voor de meeste andere mkb’ers. Zo worden wij vanzelf buitenspel gezet.”

Het Kamerlid is zeer geïnteresseerd in het voorbeeld. “Als je meer concrete voorbeelden hebt, stuur die dan alsjeblieft op. Met dergelijke concrete zaken kunnen wij in de Kamer aantonen dat de dagelijkse praktijk van aanbesteden nog steeds zorg en aandacht verdient”, aldus Wörsdörfer, die eerder al uitgebreid door AFNL-NOA werd ingeseind over soortgelijke clustering door de provincie Noord-Holland. 

Vader Leo van der Meer, die ook aan tafel zit, en Joris kijken elkaar kort aan en knikken. Die voorbeelden komen zeker richting Den Haag voor de Aanbestedingswet komend voorjaar weer op de politieke agenda komt.


Overheid als concurrent

Tijdens de bedrijfspresentatie die Joris aan zijn gasten geeft, noemt hij de aanleg en het onderhoud van sportaccommodaties als een van de specialismen van Van der Meer. Maar, zo benadrukken vader en zoon: “Daar zien we steeds vaker dat gemeenten het onderhoud in eigen beheer gaan doen. Zo zijn wij niet zo heel lang geleden Den Haag als opdrachtgever kwijtgeraakt. Daar kwam een nieuwe man binnen die vond dat ze daarvoor geen externe partij meer nodig hadden. Er kwam een eigen werkplaats en er werd materieel aangeschaft en er werd een team opgetuigd. Dat was voor ons een enorme klap omdat we toch gemiddeld 30 man per dag in Den Haag hadden rondlopen voor dat onderhoud”, aldus Leo van der Meer, algemeen directeur en eigenaar van Aannemersbedrijf Van der Meer.

Wederom schuift Martin Wörsdörfer naar het puntje van zijn stoel. “Daarmee wordt de overheid als het ware jullie concurrent als ik het goed begrijp”, stelt hij. Die stelling wordt bevestigd door de gastheren. “Daarvoor hebben we volgens mij de wet Markt en Overheid. Ik neem dit mee naar mijn collega-partijgenoten in de gemeenteraad, want dit lijkt mij niet de bedoeling.”


Trend bij gemeenten

De gastheren geven nog wel mee dat Den Haag niet de enige is. “Ook in andere gemeenten zien we die trend. In Rotterdam bijvoorbeeld. Al hebben ze daar alleen het onderhoud naar zich toegetrokken. Renovaties van de velden leggen ze nog wel bij aannemers neer”, zegt Leo.

En in Delft hebben ze niet zo lang geleden juist de omgekeerde beweging gemaakt, zegt Joris. “Daar hebben ze jarenlang het onderhoud zelf gedaan en besloten ze de hele afdeling naar de markt te brengen. Het onderhoud van onder meer 26 sportvelden voor een periode van 7 jaar. Die klus voeren wij nu uit en we hebben hiervoor ook twee medewerkers van de gemeente Delft overgenomen.”


Convenant

Van der Meer werkt veel voor lokale en regionale overheden. Vader en zoon benadrukken dat er ondanks de aangehaalde knelpunten ook veel zaken goed gaan. “Zo zie je dat gemeenten steeds vaker open staan voor nauwere samenwerking met de markt. Een mooi voorbeeld daarvan is het convenant dat de gemeente Rotterdam met brancheorganisatie MKB INFRA heeft gesloten. Hierin worden onder andere afspraken vastgelegd en onderlinge informatie gedeeld. Daarmee wordt aan twee kanten voorkomen dat voor ieder project het wiel weer uitgevonden moet worden”, zegt Leo van der Meer, die vanaf het begin betrokken is geweest bij de totstandkoming van het convenant.

Een initiatief dat Wörsdörfer als muziek in de oren klinkt. “Maar eigenlijk is het jammer dat je dit soort afspraken moet maken om weer op een normale manier met elkaar samen te kunnen werken als opdrachtgever en aannemer.” 


Navolging

Dat het een succesvolle manier van werken is, willen de ondernemers nog wel even benadrukken. “Je ziet in meer gemeenten soortgelijke initiatieven ontstaan. De samenwerking met gemeenten wordt intensiever waarbij Rotterdam als voorbeeld geldt”, zegt Joris. “Zo wordt met Den Haag en Dordrecht al over een soortgelijk convenant gesproken en ook Alkmaar, Apeldoorn, Nijmegen en Amsterdam hebben interesse”, vult Leo aan.

“Dat is een goede ontwikkeling dus. Duidelijke afspraken vooraf. Waar willen we naartoe en hoe gaan we daar samen met de markt komen. Pas als dat helder is, ga je aanbesteden”, vat Wörsdörfer het samen. “Aan ons dus de taak om dergelijke initiatieven te stimuleren.”


Opleiden

Waar Joris en Leo van der Meer nog wel even aandacht aan willen besteden is de instroom van jong vaktalent in de bouw en infra. “Of beter gezegd; het gebrek daaraan”, zegt Joris. 

Volgens Leo valt het bij Van der Meer zelf nog wel mee. “Wij zijn altijd een van de grootste opleidingsbedrijven geweest in de regio. Daardoor hebben wij altijd een goede instroom van jonge jongens gehad. Maar het wordt steeds lastiger ze binnen te krijgen.”

“Bieden jullie ze als werkgever wel genoeg dan”, legt Wörsdörfer de bal bij de twee gastheren terug. “Dat denk ik wel. We hebben rust hier in huis, onze medewerkers zijn tevreden over het werk en de beloning. We hebben niet het gevoel dat het daaraan ligt”, pareert Joris de vraag. Volgens Leo is er vooral in het onderwijs veel te winnen. “We missen de Technische School. Het huidige vmbo is toch een beetje een afvoerputje geworden. Het vak – en daarmee de opleiding – moeten weer attractief en stoer gemaakt worden in de beleving van de jongeren. Daar ligt ook een taak voor de overheid.” 


Vakwerk

Gebrek aan jonge aanwas van vakbroeders is ook op het tweede bezoekadres een belangrijk gespreksonderwerp. Firmant Anton van Delden van Delstuc heet zijn gasten welkom in het magazijn en werkplaats in Monster. “Ik heb geprobeerd om het zo schoon mogelijk te krijgen, maar het kan zijn dat jullie een beetje wit worden”, klinkt het bij het gastvrije onthaal.

Nadat het gezelschap heeft plaatsgenomen introduceert Anton van Delden zijn familiebedrijf. In 1961 opgezet door zijn vader. “Bijzonder stucwerk stroomt door onze aderen. Het is een aanstekelijk specialisme, echt vakwerk. Ik ben er zelf inmiddels ruim 40 jaar actief in, mijn zoon Rob zit ook in het bedrijf en mijn kleinzoon loopt al in bedrijfskleding rond”, lacht Van Delden.


Gebrek aan kennis

Maar aan dat specialistische vakwerk kleeft ook een nadeel, zo stelt de stukadoor. “Het werk wordt steeds minder op waarde geschat. Iedereen noemt zich vakman, een consument kan aan de buitenkant een knoeier niet onderscheiden van een echte specialist. We zullen er als branche alles aan moeten doen om bewustwording te kweken en de eer van de echte vakman hoog te houden. Dat proberen we bijvoorbeeld binnen het Nederlands Stucgilde – waarvan ik sinds twee jaar voorzitter ben – te realiseren.”

De bovenstaande problematiek wordt volgens Van Delden voor een groot deel veroorzaakt door de enorme toename aan zzp’ers. “Binnen die markt is amper sprake van overleg en structuur, het zijn allemaal eilandjes die voor zichzelf werken en niet verder kijken. Er is mede daardoor een groot tekort aan opleidingsbedrijven en ook aan jonge instroom. Zo gaat de kennis en kunde in onze branche hard achteruit. De jeugd weet niet meer wat het ambacht inhoudt.”


Zzk en zze’ers

Grootste zorg van Van Delden is dan ook een branche vol zzk’ers en zze’ers. “Zelfstandigen zonder kennis en zelfstandigen zonder ervaring. En dat is dodelijk voor het ambacht. Wij zullen samen met het onderwijsveld hard moeten werken aan manieren om het vak van stukadoor weer in beeld te krijgen bij jongeren.”

Om te tonen dat gespecialiseerd stucwerk bijzonder en mooi werk is, laat Van Delden een kleine bloemlezing van zijn werk zien. Zoals de restauratie van een groot historisch pand in Schiedam van de familie Nolet van Ketel 1. Daar komen we echt geweldig eeuwenoud stucwerk tegen. Het is echt een eer om dat te mogen restaureren. Het zijn tijdrovende klussen, echt handwerk. Maar gelukkig zijn er nog voldoende gebouweigenaren die de waarde ervan inzien en het voor toekomstige generaties willen behouden.”

Bijzondere aandacht van Martin Wörsdorfer vraagt de restauratie van het stucwerk in de kamer van de Eerste Kamerfractie van de VVD. Geïnteresseerd kijkt en luistert de gast naar de ins en outs van dit project. “Leuk om de collega’s te vertellen dat ik in de werkplaats ben geweest waar de nieuwe delen zijn gemaakt.”


Banken en verzekeraars

Na de presentatie schetst Van Delden een persoonlijk verhaal, waarin met name de overheid, banken en verzekeraars een grote – en in negatieve zin – bepalende rol spelen. “Dat begon in de periode voor de crisis met een zieke werknemer. Prima jongen, maar hij werd ziek. Toen hij weer moest revalideren werd er gezegd dat ik hem maar een uurtje moest laten komen als hij zich goed voelde. Hoe dan? Ik kon moeilijk bij een klant zeggen dat hij misschien om 9 uur of om 12 uur of misschien helemaal niet kwam. Dan moet ie maar koffie gaan zetten, of de post doen. Voor wie, want iedereen was de hele dag op pad en we kregen 3 poststukken per week. Vraag me niet hoe, maar uiteindelijk heb ik de beste jongen vier jaar moeten doorbetalen, waarna hij volledig werd afgekeurd. Ik voelde me totaal niet serieus genomen door de instanties.”

Ook met de bank kreeg Van Delden het nodige te stellen. “Voor de crisis is mijn vader uit het bedrijf getreden. Die heb ik toen uitgekocht, hij had immers een fatsoenlijk pensioen verdiend. Vervolgens kwam de crisis en gingen aannemers steeds later betalen. Bovendien hadden we te maken met moordende concurrentie op de markt. Daardoor kwam de limiet van onze rekening courant regelmatig in zicht. Om problemen te voorkomen, ben ik toen naar de bank gegaan voor een preventief gesprek. Daarin heb ik de situatie uitgelegd en gevraagd of een kleine verhoging mogelijk was. Nou, dat heb ik geweten.”


Bijzonder beheer

Van Delden kreeg van de bank geen respijt, maar werd van de ene op de andere dag in bijzonder beheer geplaatst. “Met andere woorden: je kunt helemaal niets meer. Passen geblokkeerd, hypotheek werd stilgezet en alle betalingen die ik de afgelopen twee maanden had gedaan werden teruggevorderd. Ondanks overwaarde in zowel de werkplaats als onze woning.”

Wat volgde was een langdurig traject van getouwtrek met de bank. “Gelukkig beschik ik over een netwerk met geweldige collega’s en klanten en die hebben me er doorheen geholpen. Maar het gevolg van alles is wel dat ik alle overwaarde van zowel mijn huis als bedrijfspand kwijt bent, mijn pensioengeld dus. En dat ik 15 duizend euro kwijt was aan boetes en incassokosten. In mijn ogen alleen door starheid van de bank.”

Sharon Gesthuizen valt Van Delden bij. “Ik denk dat er bij banken veel zorgvuldiger gekeken moet worden naar de gevolgen van maatregelen als bijzonder beheer. Het is dat u een bijzonder hulpvaardig netwerk heeft, maar ik denk dat u het zonder die steun niet gered had.”

Het knikje van Van Delden zegt genoeg.


Arbeidsongeschikt 

Een soortgelijk verhaal vertelt de ondernemer over zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering. “Die heb ik aan het begin van mijn loopbaan afgesloten en 25 jaar lang braaf premie betaald. Die zekerheid wilde ik, ons vak is lichamelijk soms zwaar, dus ik wilde niet het risico lopen. Dat was toen een aanvullende verzekering op de toen geldende regeling van de overheid. Alleen toen ik wegens onherstelbare knieproblemen een beroep moest doen op die verzekering, bleken zowel de voorwaarden van de verzekering als de overheidsregeling gewijzigd. Met alle voor mij negatieve gevolgen.”

“Maar welke rol kan de overheid hierin spelen? Door beter toezicht?”, wil Martin Wörsdörfer van de ondernemer weten. “Ik denk dat er inderdaad wel meer gekeken mag worden naar deze sectoren en hoe zij omgaan met ondernemers zoals ik. Ik ben een ambachtsman, geen zakenman. En daar zijn er veel van in Nederland. Wij kunnen wel wat bescherming gebruiken tegen dit soort partijen, waarvan je voor je bedrijf toch afhankelijk bent.”

“Duidelijk verhaal”, besluit Wörsdörfer. “Zeker in dit soort zaken moet transparantie als een paal boven water staan. Die voorwaarde moeten wij als een soort zorgplicht bieden.”



Loondoorbetaling

Aan tafel in Benthuizen zit ook Jeen Jeninga, hoofd administratie. Hij is aangeschoven om te schetsen wat de loondoorbetaling bij ziekte voor mkb-ondernemers betekent. “Wij hebben vier langdurig zieke collega’s, die we niet kunnen inzetten. Ook niet aan het einde van het tweede jaar. Als ze dan volledig afgekeurd worden, moet je ze ontslaan en een transitievergoeding betalen. Bovendien gaat je verzekeringspremie omhoog en krijg je als bedrijf te maken met het UWV die voor de WIA of IFA-uitkering aan de medewerkers zorgt. Wij moeten het UWV betalen en het vervolgens bij onze verzekeraar declareren. Waarom kunnen wij daar niet tussenuit? Laat de verzekeraar en het UWV rechtstreeks zakendoen.”

“We hebben hierin al wel een eerste stap gezet”, licht Sharon Gesthuizen kort toe, “maar dat is voor veel mkb-ondernemers nog niet voldoende.” De voorzitter van de Stichting AFNL-NOA doelt daarmee op de afspraak van net voor de kerst tussen de minister van SZW, werkgeversorganisaties en verzekeraars om voor kleinere ondernemers de risico’s te beperken en hen te ontlasten van een aantal verantwoordelijkheden en verplichtingen. “Wij houden de verzekeraar nauwlettend in de gaten, net als de uitvoering van dit besluit. En zodra wij het gevoel hebben dat het niet goed gaat, schakelen we de politiek meteen weer in.”



Echt familiebedrijf

Aannemersbedrijf Van der Meer is actief in GWW en groenvoorzieningen en een echt familiebedrijf. In 1953 opgericht door de vader van Leo en diens broers. Samen met zijn broer vormde Leo de tweede generatie, maar sinds het terugtreden van zijn broer is Leo enig aandeelhouder. “En over twee jaar nemen Joris en zijn broer Rob (nu actief als bedrijfsleider, red.) het bedrijf over. Zo blijft het ook echt een familiebedrijf, want de vierde generatie loopt inmiddels ook al rond. Al weet je natuurlijk nooit of hij later ook in het bedrijf wil”, zegt Leo trots.

Naast de vestiging in Benthuizen houdt Van der Meer kantoor in Rijswijk en Rotterdam. “Een strategische keuze omdat we zo voorrang hebben bij aanbestedingen van gemeenten.” 

Dagelijks zijn zo’n 90 medewerkers (55 vast in dienst en 30 flex) aan het werk, verspreid over infrawerken in heel Zuid-Holland.



“Drukker met afwijzen”

Delstuc Stucadoors is een gespecialiseerd stucbedrijf met ambachtelijke stucwerkers. “We richten ons op nieuw, bestaand, onderhoud- of restauratiestucwerk”, zegt firmant Anton van Delden. Ook decoratie, ontwerp en stucwerkadvisering en –onderzoek behoren tot de werkzaamheden. Door jarenlange opgebouwde passie heeft dit geleid tot een brede expertise op alle facetten van stucwerk.

Het bedrijf bestaat ruim 50 jaar en is een klein familiebedrijf, met drie vaste medewerkers. “Voor grote projecten werken we veel samen met een pool van collega-specialisten. Ik zorg dan voor de planning zodat iedereen weet wanneer hij wordt verwacht. Zo kunnen we als zelfstandigen en mkb’ers mooie projecten aan.”

Na moeilijke (crisis)jaren gaan de zaken nu goed. “Zo goed zelfs dat ik momenteel drukker ben met het afwijzen van aanvragen dan het aannemen. Bovendien hebben we kunnen investeren in drie nieuwe bedrijfsbussen dus wij zien de toekomst met vertrouwen tegemoet!”