BouwBeurs BouwBeurs

Nu in BouwBelang

GAan in de bouw van start  

En verder:
+ Circulair bouwen en mkb-bouw 
+ "Bouw raakt hele samenleving"'
+ Brandveilige gevel: feit of fictie  

De bouwplaats van de toekomst

De circulaire bouweconomie, energietransitie, duurzaam bouwen. Begrippen die de komende decennia het gesprek in de bouwsector voor een belangrijk deel gaan bepalen. Waar gaat het over en wat is de reikwijdte? Wat betekent ‘t eigenlijk voor de nieuwbouw, de renovatie en de sloop? Hoe krijgen mkb-ondernemers ermee te maken? Vragen voor professor Elphi Nelissen, verbonden aan TU Eindhoven. Zij is aan meerdere duurzame fronten actief.

Circulariteit, energietransitie en duurzaamheid. Ze staan niet op zich. “Het circulaire bouwen is bijvoorbeeld meer dan materialen en producten uit sloop terugbrengen in de productieketen”, zegt professor Elphi Nelissen. “Het is naast de toepassing van biobased materialen en niet-fossiele energieopwekking, een belangrijke peiler en integraal onderdeel van duurzaam bouwen. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.” Nelissen, professor voor ondermeer integraal ontwerpen aan de TU Eindhoven, was bestuursvoorzitter van de groep die begin dit jaar de transitieagenda circulaire bouwagenda presenteerde. De agenda is de eerste fase die in 2050 moet leiden tot de complete circulaire inrichting van de Nederlandse gebouwde omgeving. Zij is inmiddels ook samen met anderen het gezicht van het vervolgtraject tot 2023, dat o.a. gericht is op kennis verzamelen in pilotprojecten. “Als je bij sloop de materialen en producten in een gebouw optimaal wilt benutten, dan wil je graag tot in detail weten welke materialen je tegenkomt, welke eigenschappen ze bezitten en aan welke normen ze voldoen. Die kennis is er nu niet. Wil je inhoud kunnen geven aan een circulaire bouweconomie, dan wil je over een databank kunnen beschikken waar die informatie instaat. Dus: ontwerpen en bouwen van een nieuw pand betekent in circulair perspectief automatisch de aanleg van een sterk verbeterd materialenpaspoort. Verder een normenstelsel aan de hand waarvan je circulaire bouw wilt beoordelen. Welk materiaal kun je onder bepaalde omstandigheden wel of niet toepassen? Wordt het een circulair product of een biobased, of passen we de materialen zo toe dat ze demontabel zijn in de toekomst? Die afwegingen kun je dus alleen maken op basis van kennis en normen. Daar gaan we de komende jaren hard aan werken.”


Circulaire bouwplaats

De circulaire bouweconomie staat of valt bij het gemak waarmee de samenstellende bouwcomponenten te scheiden zijn. Nelissen: “Je streeft naar circulariteit op een zo hoog mogelijk niveau. Een compleet geveldeel opnieuw inzetten is beter dan zo’n geveldeel uit elkaar halen en de samenstellende delen hergebruiken. En dat is weer beter dan een gevel verwerken tot puin. De boel verbranden om er energie mee op te wekken is wel het laagste niveau van circulariteit. De circulaire nieuwbouwer houdt daar rekening mee. Hij of zij ontwerpt en bouwt vanuit het principe dat het eindproduct gemakkelijk te demonteren of te scheiden is en opnieuw te gebruiken.”

Wat betekent dat volgens Nelissen voor traditionele beroepen als de metselaar, voeger en stukadoor? “Ik verwacht dat metselbedrijven van nu over vijftig jaar andere wegen hebben gevonden. Het huidige metselwerk scoort niet hoog op de circulaire ladder. Bij sloop kun je er hooguit puin van maken. De klic-brick is al een stuk beter. De stenen zijn na sloop weer te gebruiken als stenen. Hetzelfde geldt voor stucwerk en tegelwerk. Dat zet je op een circulaire bouwplaats niet meer vast op de muren. Dat gaat richting tegel- of stucwerkvervangende panelen.”

Maar hoe zit het dan met 3D-printen van bouwdelen? Dat is een bouwtechnologie waarvan veel verwacht wordt, terwijl de componenten toch moeilijk te scheiden zijn. Is dat wel circulair? “De printmortel lijkt weinig circulair van samenstelling, maar levert wel een 50% reductie van de huidige grondstoffen op. Ik ken niet precies de status van het onderzoek, maar ik weet dat de technologen nadenken over circulariteit, op zoek zijn naar circulaire materialen en naar wegen om bij sloop beton uit elkaar te halen of weer te gebruiken als grondstof voor printmortel. Dat gebeurt ondermeer hier in Eindhoven aan de universiteit.” 


100 miljoen

De bouw heeft het na een lange tijd van recessie weer behoorlijk druk. Levertijden lopen op en er is een schrijnend tekort aan vakbekwaam personeel. En tegelijk liegen de opgaven er niet om. De bouwsector draait de komende jaren op volle toeren om te kunnen voldoen aan de nieuwbouw- en renovatieopgave. Dat geldt voor woningen en utilitaire gebouwen. Voor 2050, zegt de overheid, gaan zes miljoen woningen uit de bestaande voorraad naar nul-op-de-meter. De gebouwde omgeving moet bovendien circulair en gasvrij worden. Hoe gaat de markt dat realiseren en wie moet dat betalen? 

“Als je die opgaven uitsluitend aan de markt overlaat, dan kan het lang duren. Natuurlijk, een enkeling zal zich onderscheiden op de duurzame aspecten van de bouw. En die zullen ongetwijfeld een prima boterham kunnen verdienen. Maar daarmee ga je het niet redden voor 2050. Zeker niet in een periode waarin iedereen prima kan rondkomen op de traditionele manier. Immers: waarom zou je veranderen als de markt er niet om vraagt? Dus je moet iets met wet- en regelgeving doen om de transities een meer dwingend karakter mee te geven. Dat hebben we in het verleden ook gezien. Innovaties nemen een vlucht als de overheid ze afdwingt door wetgeving. Maar ik vind ook dat de overheid een taak heeft om de transitie in goede banen te leiden. Enerzijds wet- en regelgeving en anderzijds een geleidelijke overgang die gepaard gaat met een financiële injectie om de boel op gang te krijgen én incentives via bijvoorbeeld de belastingwetgeving. Je kunt de ontwikkelingskosten van de transitie niet neerleggen bij de huurders. Daar moet de overheid zijn rol pakken. En dat doet ze ook al voor een deel door 100 miljoen uit te trekken voor de verduurzaming van woningen. En er zijn nog wel meer maatregelen genomen om die onrendabele top weg te werken. Door een stukje van de verhuurderstoeslag om te zetten in subsidie, bijvoorbeeld.”


Industrialisatie

Volgens Nelissen is er qua kosten en snelheid ook veel te winnen door een combinatie van opschaling en industrialisatie. “Denk aan een omgekeerde lopende band. Je pakt een hele wijk van honderden woningen aan door met een ‘transitietrein’ van bouwers en installateurs door de straten te trekken.”

Wordt de transitieopgave daardoor een aangelegenheid van enkele hele grote bedrijven? Dan zet je het mkb – volgens onze premier de ruggengraat van de samenleving – toch buitenspel? En komt het ambacht dan niet onder druk te staan?
“De mkb’ers zullen voor een belangrijk deel invulling moeten geven aan de uitvoering. Bovendien acht ik het niet uitgesloten, dat een consortium van mkb’ers op de ‘locomotief van de transitietrein’ zitten. Dat levert voor het mkb ongelooflijk veel werk op. Het is onvermijdelijk dat het ambacht voor dit soort werken zal veranderen. Bouwen wordt, meer nog dan nu al het geval is, een kwestie van monteren. Dat is in lijn met wat ik al gezegd heb over circulair ontwerpen en bouwen. Ik zie belangrijke voordelen van die verandering van het ambacht. De fysieke belasting van de bouwvakker zal een stuk minder worden, doordat robots het zware werk overnemen. Dat zie je nu al in de stratenmakerij, waar al veel op een mechanische wijze gebeurt. Daarnaast heb je natuurlijk nog een flink aantal vakmensen nodig die het traditionele ambacht beheersen. Bijvoorbeeld om de ruim 1 miljoen monumenten te onderhouden.”


Persoonlijk ervaring

Elphi Nelissen woont al 12½ jaar in een woning zonder gasaansluiting. In plaats daarvan is destijds een wk-opslagsysteem aangelegd, met een warmtepomp en vloerverwarming/-koeling. “Ik weet uit ervaring dat je ook zonder een gasaansluiting buitengewoon aangenaam en comfortabel kunt wonen. De kennis bij de installateur die de boel heeft aangelegd, was echter nog niet op niveau. Daardoor moesten we delen van de leiding vervangen, met name de verbindingstukken tussen warmtepomp en bron. Dat kun je de installateur niet kwalijk nemen. Elke verandering gaat immers gepaard met een periode van gewenning waarin de kinderziektes eruit gehaald moeten worden. Dat is in de aanloop naar de transitie niet anders. Tot 2023 hebben we de tijd om in pilots meer te leren over de aanpak van circulair bouwen en moet het basiskamp ingericht zijn.”