Bestelauto Expo 2018 Bestelauto Expo 2018

Ruimbaan voor het kleine ambacht

Met een divers vakgericht aanbod op vmbo- en mbo-niveau hebben we goud in handen. Dat zeggen de politici. Toch ervaren vele mkb-ondernemers weerstanden als het gaat om opleidingen voor de zogeheten kleine ambachten. Wat kunnen en willen de regeringspartijen hieraan doen?

Ze waren erbij dit voorjaar tijdens de bijeenkomst in Nieuwspoort, de vier kamerleden Paul van Meenen (D66), Anne Kuik (CDA), Zohair el Yassini (VVD) en Eppo Bruins (CU) – allen woordvoerders onderwijs voor hun partij. Sterker nog: ze zaten in het panel om vragen van verontruste ondernemers te beantwoorden en te reageren op de bevindingen in het EIB-rapport Gespecialiseerde aannemerij en afbouw, optimale opleidingsstructuur. Een verslag van deze bijeenkomst vindt u in de vorige uitgave van BouwBelang. Gelet op het belang is het thema verder uitgediept door de woordvoerders de volgende vragen voor te leggen in het verlengde van wat er in het Haagse perscentrum is gezegd.

Vraag 1

U hebt tijdens de paneldiscussie laten weten dat u zich sterk wilt maken voor een evaluatie van de SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven). Een evaluatie is een grote wens van de mkb-ondernemers uit het gespecialiseerde- en afbouwsegment, want vinden zij, de organisatie heeft weinig oog voor de kleine opleidingen. Kunt u aangeven op welke wijze u hieraan wilt gaan werken?

Vraag 2

Hoe beoordeelt u de dringende wens van gespecialiseerde- en afbouwaannemers zeggenschap te hebben over het curriculum van de mbo-opleidingen, de kwalificatiedossiers en de erkenning van leerbedrijven?

Vraag 3

Een van de stellingen die u kreeg voorgelegd tijdens het paneldebat, ging over deelcertificaten die kunnen leiden tot een wettelijk erkend mbo-diploma. Dit mede om de beroepsopleiding aantrekkelijker te maken voor jonge aanwas en zij-instromers. Het systeem van deelcertificaten zou dan voor een deel door de overheid bekostigd moeten worden. Hoe staat u tegenover het systeem van deelcertificaten? En hoe denkt u over een door de overheid betaalde pilot om een dergelijk systeem, waarin roc’s en overheid betrokken zijn, te testen?

Vraag 4

Hoe is volgens u de status en het imago van beroepsopleidingen te verbeteren? Zou het een eerste stap kunnen zijn de mbo-leerlingen studenten te noemen, zoals de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs voorstelt?

 

Eppo Bruins (CU)

 Antwoord 1

“Vakmensen houden ons land draaiende. Zij dragen heel direct bij aan de welvaart en het welzijn in ons land. De SBB staat als samenwerkingsorganisatie midden in de samenleving en is daarmee zeer relevant. De SBB is succesvol zolang een praktijkgerichte benadering wordt gekozen door mensen uit de sector zelf. Maar het valt of staat met de mate waarin mensen over hun eigen schaduw kunnen heen springen en in staat zijn tot het dienen van het gemeenschappelijk belang. Het verdwijnen van kleine opleidingen is precies zo’n urgent onderwerp waar het hogere belang gediend moet worden. In veel gevallen zal het Meld- en expertisepunt specialistisch vakmanschap van de SBB hier uitkomst kunnen bieden. Maar soms is het nodig om meer maatregelen en middelen ter beschikking te hebben om vakkennis in ons land te behouden. De nieuwe wet ‘Samenwerkingscollege en unieke beroepsopleidingen’ kan daar in bijzondere situaties bij helpen. Wel is het nodig om daarmee de positie van de SBB periodiek te herijken.”

Antwoord 2

“Zoals hierboven gesteld: het succes valt of staat met de betrokkenheid van de sector en praktijkmensen. Het gaat hier om beroepsopleidingen en dus moet het beroepenveld een stevige vinger in de pap hebben en houden.”

Antwoord 3

“De ChristenUnie is voorstander van individuele leerrechten, die ook kunnen worden ingezet voor het behalen van deelcertificaten, kwalificatie, evc’s, om- en bijscholing, etc. Dit kabinet vormt de studiekostenaftrek om naar een voucher-systeem, als eerste stap. Maar de bulk van de middelen voor opleidingskosten zitten bij werkgevers en O&O-fondsen. Een echte omslag naar een individuele leerrekening zal vanuit de samenleving, vanuit werkgevers en werknemers, moeten komen. De overheid kan slechts de eerste aanzetten daartoe geven.”

Antwoord 4

“Het veranderen van een naam levert meestal niet veel op, maar versluiert een onderliggende werkelijkheid: in dit geval vinden ‘wij’ blijkbaar studenten beter dan leerlingen (alles is natuurlijk beter dan een ‘onderwijsdeelnemer’). Iemand met een beroepsopleiding mag wat de ChristenUnie betreft gewoon een leerling heten (en dan opklimmen tot een gezel en later meester). De onderwaardering voor vakmensen is een breed maatschappelijk/cultureel probleem en moet dus in de maatschappij worden opgelost. En als het nodig is om leerlingen ‘studenten’ te noemen omdat ze anders minder waardering en rechten hebben, is er geen enkel bezwaar om ze studenten te noemen.”

 

Paul van Meenen (D66)

 Antwoord 1

“Voor D66 zet ik mij al jaren in voor kleine gespecialiseerde opleidingen. Het zijn prachtige opleidingen waar de studenten ambachten leren die onmisbaar zijn! Ook opleidingen met kleine studentenaantallen moeten behouden kunnen blijven. Daarom is vorig jaar afgesproken dat in geval van nood een kleine opleiding vijf jaar lang een monopoliepositie kan krijgen. Hierdoor kunnen ze zich een aantal jaren concentreren op de toekomst en het voortbestaan van de opleiding. De SBB heeft een belangrijke taak als schakel tussen de opleidingen en de arbeidsmarkt. D66 heeft in dit kabinet afgesproken zich vol in te zetten voor een goede aansluiting op het beroep of een vervolgopleiding. Het is dan ook van belang dat er via een onafhankelijk onderzoek wordt gekeken wat er op dit moment beter kan bij de SBB.”

Antwoord 2

“Het is heel goed dat bedrijven betrokken willen zijn bij een opleiding. Bedrijven hoeven daarbij niet volledig te beslissen hoe een opleiding eruitziet, maar betrokkenheid is goed en nodig; hierdoor sluit het curriculum en het kwalificatiedossier beter aan bij het bedrijfsleven en is er een goede relatie voor stageplekken en leerbedrijven. Een mbo-opleiding heeft verschillende taken: het moet opleiden voor een beroep óf een vervolgopleiding en het moet algemeen opleiden in burgerschap. Het is van belang dat alle drie de elementen in balans terugkomen in de opleiding.”

Antwoord 3

“Deelcertificaten kunnen ervoor zorgen dat het onderwijs beter aansluit op de talenten en mogelijkheden van de student in plaats van op de onmogelijkheden van het systeem. Het is wel van belang dat jongeren een volledige opleiding volgen en dat diploma’s hun waarde behouden. Er is nog veel verbetering nodig bij een leven lang leren, dus na-, bij-, en omscholing. Vanaf mei 2018 zijn er dan ook pilots met mbo-certificaten gestart. Hierdoor kunnen we inzicht krijgen in de haken en ogen van de certificaten om het bij succes zo goed mogelijk in te voeren.”

Antwoord 4

“Er worden goede stappen gezet om het imago van beroepsopleidingen te verbeteren. Zo hebben we het dankzij minister Van Engelshoven niet meer over leerlingen maar over studenten en hebben mbo’ers dezelfde rechten gekregen als andere studenten. Denk bijvoorbeeld aan de OV-kaart. De krapte op de arbeidsmarkt laat zien hoe hard de samenleving arbeidsgeschoolde mensen nodig heeft. Ook de Skills Heroes zijn een mooi voorbeeld van het eren van vak-talenten. Ik was in maart bij de finale en mocht zelf een aantal prijzen uitreiken. Dat was fantastisch om te zien, met heel veel trotse familie, vrienden en jongeren die een prijs winnen. Terecht dat ze erkenning krijgen voor datgene waarin ze uitblinken.¨

 

Anne Kuik (CDA)

 Antwoord 1

“Als CDA’er vind ik het van belang dat juist het onderwijs goed aansluit bij de mkb-praktijk. Mede daarom moeten we alert zijn op het voorbestaan van kleine opleidingen voor specialistische beroepen. Bekende voorbeelden zijn de pianostemmer en rietdekker. De opleidingen zijn vaak kostbaar en hebben een kleine groep studenten in de leer. De vraag in de markt naar dit specifieke ambacht is immers beperkt. De wet is aangepast om een specialistische opleiding te beschermen als deze dreigt te verdwijnen. Door werkbezoeken bij opleidingen en gesprekken met bedrijven heb ik een concreter beeld gekregen waar de knelpunten zitten. Verder wil ik graag in overleg met de SBB en de mkb-vertegenwoordigers meewerken aan verbeteringen, uiteraard speelt ook de regio een belangrijke rol. Bij het algemene overleg MBO zal ik er eveneens aandacht voor vragen.”

Antwoord 2

“Het lijkt mij logisch voor een goede aansluiting van onderwijs op de praktijk dat er nauwe samenwerking en inspraak is van het bedrijfsleven bij het onderwijs. Dat zou vanzelfsprekend moeten zijn. Ook als het gaat om de erkenning van leerbedrijven is een visie van onderwijs, regio, de SBB en de ondernemers van belang.”

Antwoord 3

¨“De SBB organiseert van juni 2018 tot eind 2019 een aantal pilots om te onderzoeken wat er nodig is om beroepsgerichte onderdelen van opleidingen te gebruiken voor mbo-certificaten, zodat werkenden en werkzoekenden hun positie op de arbeidsmarkt kunnen versterken. Ik ben benieuwd naar de uitkomsten hiervan.”

Antwoord 4

“Ik vind dat we een opgave hebben als mbo-studenten zich ‘minder’ voelen. Mijn overtuiging is dat we iedereen met al zijn of haar talenten nodig hebben. Gelukkig zijn we niet overal even goed in maar zijn we divers. Theoretisch of praktisch slim zijn, het een is niet beter dan het ander. We hebben beide talenten even hard nodig in onze samenleving. Talent verdient een podium. Daarom ben ik ook fan van de Skills Heroes, waarbij mbo’ers laten zien hoe goed ze hun ambacht beheersen. Van een mbo’er hoorde ik het voorbeeld dat zij niet naar binnen mocht in een uitgaansgelegenheid terwijl haar hbo-huisgenoot wel naar binnen mocht, omdat ze een studentenkaart had. De termen leerling en student maken voor de mbo’ers dus verschil. Het zijn onnodige drempels die we makkelijk kunnen wegnemen.”

 

Zohair el Yassini (VVD)


 Antwoord 1

“Van tijd tot tijd evalueren is belangrijk. Als het gaat om de evaluatie van de SBB heb ik tijdens de paneldiscussie aangegeven dat de partners van de SBB aan zet zijn. De politiek moet hierbij echt een stap terugnemen. De partners van de SBB die vertegenwoordigd zijn in het algemeen en/of dagelijks bestuur, waaronder mkb-ondernemers, zullen zelf moeten besluiten of en hoe ze willen evalueren. ¨De SBB heeft een belangrijke taak te vervullen. De vraag is echter of de kleine opleidingen verdwijnen vanwege het beleid van de samenwerkingsorganisatie of dat de besluitvorming ligt bij besturen van mbo-scholen. Daarom heb ik tijdens de paneldiscussie een oproep gedaan: neem als AFNL-NOA, maar ook als individuele bedrijven contact op met vmbo- en mbo-scholen in de regio. Ga in gesprek en geef aan waar jullie behoefte ligt. Ga ook de samenwerking aan met schoolbesturen en werk samen om unieke en kleine opleidingen te behouden, die nodig zijn in Nederland.”

Antwoord 2

“Voor aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt hebben we bedrijven en werkgevers hard nodig, zodat we arbeidsmarktbehoefte en –perspectief kunnen vertalen naar het curriculum. Daarom heeft de VVD zich de afgelopen jaren hard gemaakt voor meer zeggenschap van het regionale bedrijfsleven over het curriculum, met als resultaat: 25 procent van het kwalificatiedossier wordt straks ingevuld aan de hand van de samenwerking tussen het regionale bedrijfsleven en scholen. Een voorwaarde om dit te laten slagen, is wel dat het bedrijfsleven daadwerkelijk op gaat trekken met scholen in de regio om hun behoeftes kenbaar te maken. De tijd van ‘ieder op zijn eigen eilandje’ is echt voorbij.”

Antwoord 3

“De deelcertificaten zijn heel belangrijk voor een leven lang leren en voor zij-instromers. Als VVD juichen we deze ontwikkelingen toe. Echter mogen deelcertificaten geen vervanging worden van een volledige mbo-opleiding voor jongeren die binnen de kwalificatieplicht vallen. Zij horen naast het deelcertificaatvak ook Nederlands en burgerschap te krijgen. Dit wordt gedaan zodat de studenten als volwassenen voorbereid de maatschappij instromen. Om een leven lang succesvol te kunnen zijn, is voor werknemers om- en bijscholing cruciaal. Dit geldt zeker ook voor de groep zij-instromers. Echter wordt, naar mijn mening, bij bekostiging en financiering te snel gekeken naar de overheid. De overheid mag niet in de weg lopen en moet het – wetstechnisch – mogelijk maken om te experimenteren op dit gebied. Juist het bedrijfsleven heeft een grote verantwoordelijkheid bij het uitrollen van dit soort experimenten, maar dat hoeven ze niet alleen te doen. Het bedrijfsleven kan samenwerken met het onderwijsveld en de overheid door gebruik te maken van cofinanciering via bijvoorbeeld het Regionaal Investeringen Fonds (RIF).”
 
Antwoord 4

“Mbo-deelnemers studenten noemen is maar een eerste stap. Mbo’ers zijn de ruggengraat van de Nederlandse samenleving. Wij allen – overheid, onderwijs en het bedrijfsleven – moeten er werk van maken om het mbo in de spotlights te krijgen en te houden. Het organiseren van open dagen door bedrijven, zodat ouders van vmbo-leerlingen kennis maken met vakmanschap werkt imago versterkend. Ook wij als politici kunnen een steentje bijdragen door werkbezoeken te brengen aan mbo-scholen en door het mbo te agenderen. Het is belangrijk dat we allemaal samen optrekken om te laten zien hoe waardevol en belangrijk mbo’ers zijn, want met het mbo hebben we goud in handen.”